EEN PROCEDURE SELECTEREN VOOR HET PLAATSEN VAN HET ORIGINEEL AFHANKELIJK VAN TYPE EN STATUS
Plaats het origineel in de automatische documentinvoereenheid. Afhankelijk van het type en de status van het origineel gebruikt u de glasplaat. Volg de instructies om de methode te selecteren voor het plaatsen van het origineel.
Zie 'AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREENHEID' voor instructies voor het plaatsen van het origineel in de automatische documentinvoereenheid.
Zie 'AUTOMATISCHE DOCUMENTINVOEREENHEID' voor instructies voor het plaatsen van het origineel in de automatische documentinvoereenheid.
Als de originelen vochtige plekken vertonen door toepassing van correctievloeistof, moet u wachten totdat de originelen zijn gedroogd voordat u kopieën maakt. Als u dit niet doet, kan de binnenkant van het apparaat of de glasplaat bevuild raken.
Originelen die in de automatische documentinvoereenheid kunnen worden geplaatst door de instelling of plaatsingsmethode te wijzigen:
- Origineel met pagina's van verschillend formaatStel [Origineel met gemengde formaten] in bij 'Overige'.
Een origineel kan niet worden gedetecteerd wanneer alle pagina's van hetzelfde formaat zijn maar sommige een andere afdrukstand hebben.
- Dun origineel 35 g/m2 tot 49 g/m2 (9 lbs. tot 14 lbs.)Stel [Langzame scanmodus] in bij 'Overige'.
Voor dit type is 2-zijdig scannen niet beschikbaar.
- Origineel met twee of drie perforatiesPlaats het origineel zodanig dat de geperforeerde zijde zich niet aan de kant van de invoeropening van de origineelinvoerlade bevindt. Geef bij [Origineelinst.] de stand van het geplaatste origineel op.


Verwijder alle aanwezige nietjes of paperclips voordat u originelen in de documentinvoerlade plaatst. Als ze niet kunnen worden verwijderd, gebruikt u de glasplaat.