RANDSCHADUWEN VOOR HET KOPIËREN WISSEN(WISSEN)
Overzicht
De functie Wissen wordt gebruikt om de schaduwen te wissen die aan de randen van kopieën kunnen voorkomen bij het kopiëren van dikke originelen of boeken.
Als u een factorinstelling in combinatie met een wisinstelling gebruikt, wordt de breedte van de wisstrook aangepast volgens de geselecteerde factor. Met deze functie wist u die delen van de afbeelding waar zich schaduwen kunnen vormen. Deze functie detecteert schaduwen niet en wist niet alleen de schaduwen.
Als u een factorinstelling in combinatie met een wisinstelling gebruikt, wordt de breedte van de wisstrook aangepast volgens de geselecteerde factor. Met deze functie wist u die delen van de afbeelding waar zich schaduwen kunnen vormen. Deze functie detecteert schaduwen niet en wist niet alleen de schaduwen.
Een dik boek kopiëren
| De wisfunctie niet gebruiken | De wisfunctie gebruiken |
|---|---|
|
|
Wisfuncties
Als u een factorinstelling in combinatie met een wisinstelling gebruikt, wordt de breedte van de wisstrook aangepast volgens de geselecteerde factor.Als de breedte van de wisstrook is ingesteld op 20 mm (1") en de afbeelding wordt teruggebracht tot 50%, wordt de breedte van de wisstrook 10 mm (1/2").
De standaardinstelling voor de breedte van de wisstrook wijzigen:
Selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Kopieerinstellingen] → [Kopieerinstelling] → [Standaardbreedte van wisstrook instellen].De fabrieksinstelling is 10 mm (2/5"). De standaardinstelling voor de kantlijnverschuiving kan worden ingesteld van 0 tot 20 mm (0" tot 1"). De fabrieksinstelling is 10 mm (1/2"). De gewijzigde instelling wordt ook toegepast op de selectie van de instellingsmodus van [Systeeminstellingen] → [Instellingen verzonden afbeelding] → [Bedieningsinstellingen] → [Standaardinstellingen] → [Standaardbreedte van wisstrook instellen].
Bediening
Plaats het origineel en tik op de toets [Voorbeeld].
Plaats het origineel in de documentinvoerlade van de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
Tik op de toets [Overige] en vervolgens op de toets [Wissen].
Tik op het selectievakje van de rand die u wilt wissen en geef de wispositie op.
Controleer of het selectievakje waarop u tikte is ingesteld op
.
Als u op de toets [Frame opgeven] tikt, worden de selectievakjes [Omhoog], [Omlaag], [Links] en [Rechts] ingesteld op
.
Als u op de toets [Frame+midden opgeven] tikt, worden alle selectievakjes ingesteld op
.
Als u op de toets [Frame opgeven] tikt, worden de selectievakjes [Omhoog], [Omlaag], [Links] en [Rechts] ingesteld op
Als u op de toets [Frame+midden opgeven] tikt, worden alle selectievakjes ingesteld op
Geef de te wissen rand op de achterzijde op wanneer u randen wist van één tot drie zijden van Omhoog, Omlaag, Links en Rechts op de voorzijde om een 2-zijdig origineel te kunnen scannen. - Als het selectievakje [Tegengestelde wispositie van achterzijde.] is ingesteld op
, wordt de rand in tegengestelde positie van de gewiste rand op de voorzijde gewist. - Als het selectievakje [Tegengestelde wispositie van achterzijde.] is ingesteld op
wordt de rand in dezelfde positie als de gewiste rand op de voorzijde gewist.
Geef de breedte van de wisstrook op.
- Tik op de getalsweergave die het gebied van de kantlijnverschuiving op de voorzijde of achterzijde aangeeft en voer het gebied in met de cijfertoetsen.
- Als u het gebied snel wilt instellen, geeft u eerst met de cijfertoetsen een waarde op die dicht bij de gewenste waarde ligt en past u deze vervolgens aan met
.
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u achtereenvolgens op de toetsen
en [Vorige].
Wisinstelling annuleren:
Tik op de toets [Wissen].
Controleer de voorbeeldafbeelding in het voorbeeldscherm.
Controleer of de instellingen de gewenste resultaten opleveren.
Alle instellingen annuleren:Tik op de toets [CA].
Tik op de toets [Starten].
Wanneer u slechts één set kopieën maakt, hoeft u het aantal kopieën niet op te geven.
Twee of meer sets kopieën maken:
Tik op de kopieweergavetoets om het aantal kopieën op te geven.