GEGEVENS VERZENDEN TIJDENS HET KOPIËREN

Overzicht

Met deze functie kunt u tijdens het kopiëren een fax verzenden, een e-mail met een afbeelding als bijlage verzenden of gegevens in de netwerkmap opslaan.
U moet de bestemming vooraf in het adresboek opslaan.
De fax- en beeldoverdracht begint na het kopiëren en voor de overdracht worden dezelfde instellingen gebruikt als voor de kopie.
Sommige functies kunnen echter niet dezelfde resultaten bieden als de kopie.

Bediening

Tik op de toets [Verzenden en afdrukken] in het actiescherm.
Selecteer een ontvanger in het adresboek.
Nadat u de ontvanger hebt geselecteerd, tikt u op de toets [Adres invoeren].
U kunt het aanraaktoetsenbord niet gebruiken om een adres in te voeren. Als u de ontvanger niet kunt vinden in het adresboek, voert u het adres in het adresboek in.
Plaats het origineel.
Plaats het origineel in de documentinvoerlade van de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
Stel elke kopieerinstelling naar wens in.
Deze kopieerinstellingen worden gebruikt voor faxverzending. Afhankelijk van de functie zijn enkele instellingen mogelijk niet beschikbaar.
U kunt een voorbeeld van het gescande origineel bekijken door op de toets [Voorbeeld] te tikken.
Tik op de toets [Starten].
Na het kopiëren begint het verzenden.
Na het kopiëren kunt u niet meer vóór het verzenden de instellingen controleren.
Terug naar begin