INSTELLINGEN OPSLAAN TIJDENS HET AFDRUKKEN
Overzicht
Instellingen die bij het afdrukken op alle tabbladen zijn geconfigureerd, kunnen als gebruikersinstellingen worden opgeslagen. Door veelgebruikte of complexe instellingen onder de gewenste naam op te slaan kunt u die op een later tijdstip eenvoudig toepassen.
U kunt instellingen opslaan vanaf elk tabblad in het eigenschappenvenster van de printerdriver. De op elk tabblad geconfigureerde instellingen worden op het moment van opslaan in een lijst geplaatst, zodat u deze tijdens het opslaan kunt controleren.
U kunt instellingen opslaan vanaf elk tabblad in het eigenschappenvenster van de printerdriver. De op elk tabblad geconfigureerde instellingen worden op het moment van opslaan in een lijst geplaatst, zodat u deze tijdens het opslaan kunt controleren.
Opgeslagen instellingen verwijderen:Selecteer in stap 2 van 'OPGESLAGEN INSTELLINGEN GEBRUIKEN' de gebruikersinstellingen die u wilt verwijderen en klik vervolgens op de toets [Wissen].
Bediening
Selecteer de printerdriver voor het apparaat in het afdrukvenster van de applicatie en klik op de knop [Details].
De knop die wordt gebruikt om het eigenschappenvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschap] of [Voorkeursinstellingen]), kan per applicatie variëren.
Configureer de afdrukinstellingen op elk tabblad en klik op de knop [Opslaan].

Controleer de getoonde instellingen.
Voer een naam in voor de instellingen (maximaal 20 tekens) en klik op de knop [OK] .
