EEN BESTAND IN EEN USB-GEHEUGEN RECHTSTREEKS AFDRUKKEN

Overzicht

Bestanden in een op het apparaat aangesloten USB-geheugen kunnen worden afgedrukt via het bedieningspaneel van het apparaat zonder gebruik te maken van de printerdriver.
Als de printerdriver van het apparaat niet is geïnstalleerd op uw pc, kunt u een bestand kopiëren naar een in de handel verkrijgbaar USB-geheugen en dat geheugen aansluiten op het apparaat om het bestand rechtstreeks af te drukken.
  • Gebruik een FAT32 USB-geheugenapparaat met een capaciteit van meer dan 32 GB.
  • Afdrukken via een USB-stick is niet mogelijk wanneer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Printerinstellingen] → [Standaardinstellingen] → [Direct afdrukken van USB-geheugen uitschakelen] is geselecteerd.
Als u een PDF-bestand selecteert waarvoor een wachtwoord is ingesteld, voert u dat wachtwoord in het opdrachtstatusscherm in om het afdrukken te starten.

Bediening

Sluit het USB-geheugenapparaat aan op het apparaat en tik op de toets [Document archiveren].
Tik op de toets [Selecteer afdrukbestand van USB-geheugen] in het actiescherm.
Tik op de toets van het bestand dat u wilt afdrukken en tik vervolgens op de toets [Afdrukinstelling wijzigen] in het actiescherm.
  • Wanneer u meerdere bestanden afdrukt, tikt u op de toetsen van de bestanden die u wilt afdrukken en vervolgens op de toets [Afdrukken] in het actiescherm.
  • Het pictogram wordt weergegeven aan de linkerzijde van de toetsen van bestanden die kunnen worden afgedrukt.
  • Het pictogram wordt weergegeven aan de linkerzijde van de toetsen van mappen op het USB-geheugenapparaat. Tik op deze toets om een map of bestand in een map weer te geven.
  • Er kunnen in totaal 100 toetsen van bestanden en mappen worden weergegeven.
  • Tik op om een mapniveau omhoog te gaan.
  • Wanneer u een mapniveau omlaag gaat door op een maptoets te tikken, wordt weergegeven.
    Tik op deze toets om terug te keren naar het selectiescherm met bestands- of mapnaam.
  • Tik op de toets [Bestands- of mapnaam] om de volgorde van de op het scherm getoonde bestanden en mappen te wijzigen. Elke keer dat op de toets wordt getikt, wijzigt de volgorde tussen oplopend en aflopend.
Selecteer de afdrukvoorwaarden.
  • Als u in stap 3 meerdere bestanden hebt geselecteerd, kunt u alleen het aantal afdrukken selecteren.
  • Als u in stap 3 een bestand hebt geselecteerd dat afdrukvoorwaarden bevat (PCL-, PS- of XPS-bestanden), worden de instellingen toegepast.
Wanneer het selectievakje [Afdrukken op glanspapier] is ingeschakeld, wordt [Papierformaat] ingesteld op [Glanspapier] (doorvoerlade) en wordt [Uitvoerresolutie] ingesteld op [600 dpi (hoge kwaliteit)].
Tik op de toets [Start].
Het afdrukken begint zodra het geselecteerde bestand is overgebracht.
Verwijder het USB-geheugenapparaat uit het apparaat.
Terug naar begin