EEN BESTAND IN EEN NETWERKMAP RECHTSTREEKS AFDRUKKEN

Overzicht

U kunt een bestand in een netwerkmap opgeven en afdrukken via het aanraakscherm van het apparaat.
Zelfs als de netwerkmap niet is geregistreerd, kunt u de netwerkmap openen door direct naar het pad naar de map in de werkgroep te verwijzen of dit in te voeren
Een netwerkmap registeren:
Selecteer in de instellingsmodus [Toepassingsinstellingen] → [Instelling voor afdrukken vanaf de MFP(SMB)] om een netwerkmap op te slaan. (Beheerdersrechten zijn vereist.) U kunt maximaal 20 netwerkmappen registreren.
Als u een PDF-bestand selecteert waarvoor een wachtwoord is ingesteld, moet u dat wachtwoord invoeren in het opdrachtstatusscherm voordat u het bestand kunt afdrukken.

Bediening

Een bestand afdrukken in een netwerkmap die u hebt geconfigureerd in de apparaatinstellingen.
Tik op de toets [Document archiveren].
Tik op de toets [Selecteer afdrukbestand uit netwerkmap] in het actiescherm.
Tik op de toets [Geregistreerde netwerkmap openen] in het actiescherm en tik vervolgens op de netwerkmap die u wilt openen.
Als een scherm wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd naar een gebruikersnaam en wachtwoord, moet u deze informatie opvragen bij de serverbeheerder en vervolgens de juiste gebruikersnaam en wachtwoord invoeren.
  • Wanneer u op de toets [Directe invoer van mappad] tikt, wordt een scherm getoond waarin u het pad naar de netwerkmap direct kunt invoeren. Zie 'Pad naar netwerkmap direct invoeren' voor meer informatie.
  • Wanneer u de werkgroep, server en netwerkmap in deze volgorde selecteert, kunt u de netwerkmap openen. Zie 'Verwijzen naar pad netwerkmap verwijzen' voor meer informatie.
Tik op de toets van het bestand dat u wilt afdrukken en tik vervolgens op de toets [Afdrukinstelling wijzigen] in het actiescherm.
  • Wanneer u meerdere bestanden afdrukt, tikt u op de toetsen van de bestanden die u wilt afdrukken en vervolgens op de toets [Afdrukken] in het actiescherm.
  • Het pictogram wordt weergegeven aan de linkerzijde van de toetsen van bestanden die kunnen worden afgedrukt.
  • Het pictogram wordt links van de toetsen van mappen in de netwerkmap weergegeven. Tik op deze toets om een map of bestand in een map weer te geven.
  • Er kunnen in totaal 100 toetsen van bestanden en mappen worden weergegeven.
  • Tik op om een mapniveau omhoog te gaan.
  • Tik op om terug te keren naar het scherm voor selectie van de netwerkmap.
  • Tik op de toets [Bestands- of mapnaam] om de volgorde van de op het scherm getoonde bestanden en mappen te wijzigen. Elke keer dat op de toets wordt getikt, wijzigt de volgorde tussen oplopend en aflopend.
Selecteer de afdrukvoorwaarden.
  • Als u in stap 4 meerdere bestanden hebt geselecteerd, kunt u alleen het aantal afdrukken selecteren.
  • Als u in stap 4 een bestand hebt geselecteerd dat afdrukvoorwaarden bevat (PCL-, PS- of XPS-bestanden), worden de instellingen toegepast.
Wanneer het selectievakje [Afdrukken op glanspapier] is ingeschakeld, wordt [Papierformaat] ingesteld op [Glanspapier] (doorvoerlade) en wordt [Uitvoerresolutie] ingesteld op [600 dpi (hoge kwaliteit)].
Tik op de toets [Start].
Het afdrukken begint zodra het geselecteerde bestand is overgebracht.
Het pad naar de netwerkmap direct invoeren.
Tik op de toets [Directe invoer van mappad] in stap 3 van 'Een bestand afdrukken in de netwerkmap die u hebt geconfigureerd in de apparaatinstellingen'.
Voer het pad naar de map, de gebruikersnaam en het wachtwoord in.
Open de netwerkmap.
Zie stappen 4 tot en met 6 van 'Een bestand afdrukken in de netwerkmap die u hebt geconfigureerd in de apparaatinstellingen' voor de afdrukprocedure.
Verwijzen naar het pad naar de netwerkmap.
Tik op de toets van de werkgroep die u wilt openen in stap 3 van 'Een bestand afdrukken in de netwerkmap die u hebt geconfigureerd in de apparaatinstellingen'.
Tik op de toets voor de server of computer die u wilt gebruiken.
Als een scherm wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd naar een gebruikersnaam en wachtwoord, moet u deze informatie opvragen bij de serverbeheerder en vervolgens de juiste gebruikersnaam en wachtwoord invoeren.
Tik op de toets van de netwerkmap die u wilt openen.
Open de netwerkmap.
Zie stappen 4 tot en met 6 van 'Een bestand afdrukken in de netwerkmap die u hebt geconfigureerd in de apparaatinstellingen' voor de afdrukprocedure.
  • Tik op het pictogram en voer een trefwoord in om te zoeken naar een werkgroep, server of netwerkmap. Zie 'NAMEN EN FUNCTIES VAN AANRAAKTOETSEN' voor instructies voor het invoeren van tekst.
  • Er worden maximaal 100 werkgroepen, 100 servers en 100 netwerkmappen getoond.
  • Tik op om een mapniveau omhoog te gaan.
  • Tik op om terug te keren naar het scherm voor selectie van de werkgroep.
Terug naar begin