VOORDAT U DE NETWERKSCANNER GEBRUIKT
Als u het apparaat wilt gebruiken als een netwerkscanner, moet u afzendergegevens opslaan, serverinstellingen configureren, bestemmingen in het adresboek opslaan en de overige vereiste handelingen uitvoeren.
Zorg dat de hoofdschakelaar op "
Als de Aan-indicator brandt, staat de hoofdschakelaar op '
'. Als de Aan-indicator niet brandt, zet u de hoofdschakelaar in de stand "
" en drukt u op de toets [Aan] op het bedieningspaneel.
- *
- Als u de faxfunctie wilt gebruiken, en met name wanneer ontvangst of timerverzending 's nachts plaatsvindt, moet de hoofdschakelaar altijd op '
' staan.

Controleer de datum en tijd.
Controleer of de correcte datum en tijd op het apparaat zijn ingesteld.
Als [Aanpassen van klok uitschakelen] is ingeschakeld, kunnen de datum en tijd niet worden gewijzigd.
Selecteer in dat geval [Systeeminstellingen] in de "Instellingsmodus" en selecteer [Bedieningsinstellingen] om de instelling [Aanpassen van klok uitschakelen] uit te schakelen.
De datum en tijd van het apparaat instellen:
selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Standaardinstellingen] → [Klokaanpassing].
Als [Aanpassen van klok uitschakelen] is ingeschakeld, kunnen de datum en tijd niet worden gewijzigd.Selecteer in dat geval [Systeeminstellingen] in de "Instellingsmodus" en selecteer [Bedieningsinstellingen] om de instelling [Aanpassen van klok uitschakelen] uit te schakelen.
Sla afzendergegevens op.
Voordat u Scannen naar e-mail gebruikt
Sla een standaardnaam voor de afzender op bij 'Naam afzender' en een e-mailadres voor beantwoording bij 'E-mailantwoordadres'. Deze worden gebruikt wanneer u geen afzender selecteert.
Voordat u Internetfax gebruikt
Sla een afzendernaam op bij 'Naam afzender' en het internetfaxadres bij 'Eigen Adres'.
Sla een standaardnaam voor de afzender op bij 'Naam afzender' en een e-mailadres voor beantwoording bij 'E-mailantwoordadres'. Deze worden gebruikt wanneer u geen afzender selecteert.
De naam en het e-mailadres van de afzender opslaan die moeten worden gebruikt als geen afzender wordt geselecteerd:
Selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Instellingen beeld verzenden] → [Scaninstellingen] → [Scaninstellingen] → [Standaard afzender instellen].
Sla een afzendernaam op bij 'Naam afzender' en het internetfaxadres bij 'Eigen Adres'.
De naam en het adres van de afzender opslaan:
selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Instellingen beeld verzenden] → [Bedieningsinstellingen] → [Eigen nummer en naam] → [Registratie zendergegevens].
Vereiste instellingen configureren in de instellingsmodus
Configureer serverinstellingen, standaardinstellingen voor de netwerkscanner en instellingen voor internetfaxen.
- Serverinstellingen configureren:Selecteer in de instellingsmodus [Netwerkinstellingen] → [Services instellingen]. (Beheerdersrechten zijn vereist.)
- Algemene instellingen voor de netwerkscanner configureren:Selecteer in de instellingsmodus [Toepassingsinstellingen] → [Netwerkscannerinstellingen]. (Beheerdersrechten zijn vereist.)
- Instellingen voor internetfax configureren:Selecteer in de instellingsmodus [Toepassingsinstellingen] en configureer opties in [Internetfaxinstellingen]. (Beheerdersrechten zijn vereist.)
Bestemmingsadressen in het adresboek opslaan voor elke scanmodus
U kunt een afbeelding verzenden door een adres in te voeren wanneer u Scannen naar afbeelding gebruikt. U kunt eerder gebruikte adressen opslaan in het adresboek. U kunt maximaal 6000 adressen opslaan in het adresboek. Zie 'ADRESBOEK' voor informatie over het adresboek. Raadpleeg de volgende paragraaf voor meer informatie over het gebruik van adresboeken en het opslaan van adressen.
Terug naar begin