TYPEN DOCUMENTARCHIVERING
U kunt een bestand op de volgende manieren opslaan met documentarchivering: [Snelbestand] en [Bestand] in de kopieer- of verzendmodus en [Scannen naar schijf] en [Scannen naar extern geheugenapparaat] in de modus voor documentarchivering.
| Snelbestand | Als er een kopieeropdracht, verzendopdracht of andere opdracht wordt uitgevoerd, worden de documentgegevens met deze functie op de harde schijf opgeslagen. Gebruik deze functie wanneer u snel en gemakkelijk documentgegevens wilt opslaan zonder een bestandsnaam of andere informatie op te geven. Het opgeslagen bestand kan ook door anderen worden gebruikt. Gebruik deze methode niet om bestanden op te slaan die niet door anderen mogen worden gebruikt. |
|---|---|
| Bestand | Als er een kopieeropdracht, verzendopdracht of andere opdracht wordt uitgevoerd, worden de documentgegevens met deze functie op de harde schijf opgeslagen. Anders dan met Snelbestand kunt u verschillende typen informatie aan het bestand toevoegen wanneer het bestand wordt opgeslagen om efficiënt bestandsbeheer mogelijk te maken. U kunt ook een wachtwoord instellen. |
| Scannen naar schijf | Met deze functie scant u een origineel en slaat u het op de harde schijf op. Net als met Bestand kunnen verschillende typen informatie worden toegevoegd. |
| Scannen naar extern geheugenapparaat | Met deze functie scant u een origineel en slaat u het op een extern geheugenapparaat zoals een USB-stick op. Net als met Bestand kunnen verschillende typen informatie worden toegevoegd. |