GEBRUIKERSLIJST

Deze modus wordt gebruikt om gebruikers op te slaan, te bewerken en te verwijderen wanneer de gebruikersauthenticatie is ingeschakeld.
  • Toets [Toevoegen]
    Hiermee voegt u een nieuwe gebruiker toe.
  • Toets [Alle gebruikers verwijderen]
    Hiermee verwijdert u alle geregistreerde gebruikers. (Behalve gebruikers die als fabrieksinstelling zijn opgeslagen.) Alleen de beheerder van het apparaat kan deze functie gebruiken. Toets [Wis alle auto-geregistr. gebr.]
  • Gebruikerslijst
    Hier worden de gebruikers weergegeven die als fabrieksinstelling zijn opgeslagen en de momenteel opgeslagen gebruikers. Er wordt een sterretje [*] weergegeven voor de gebruikersnaam van automatisch geregistreerde gebruikers.
    Wanneer u een gebruikersnaam selecteert, wordt een scherm getoond waarin u de gebruiker kunt bewerken of verwijderen.
De opties [Leverancier] en [Leverancier2] worden alleen weergegeven wanneer de leverancier is verbonden.
Een gebruiker opslaan
Wanneer u op de toets [Toevoegen] tikt, wordt het registratiescherm weergegeven. Er kunnen maximaal 1000 groepen worden geregistreerd.
Zie 'Instellingen' voor meer informatie over de instellingen.
Een gebruiker bewerken en verwijderen
Wanneer u een gebruiker selecteert in de lijst, wordt het scherm getoond waarin u de gebruiker kunt bewerken/verwijderen.
Zie 'Instellingen' voor meer informatie over de instellingen.
U kunt een gebruiker verwijderen met de toets [Wissen].
  • Als aanmeldingsauthenticatie met een vaste gebruiker is ingesteld, kan de optie 'Alle gebruikers verwijderen' niet worden gebruikt.
  • Gebruikers die als fabrieksinstelling zijn opgeslagen, kunnen niet worden verwijderd.
Als fabrieksinstelling opgeslagen gebruikers
De volgende gebruikers zijn in de fabriek in het apparaat opgeslagen.
  • Beheerder: de beheerdersaccount van het apparaat is als fabrieksinstelling opgeslagen.
  • Systeembeheerder: de account voor systeembeheer is als fabrieksinstelling opgeslagen. Deze account kan geen opdrachten uitvoeren.
  • Gebruiker: deze account wordt gebruikt als netwerkauthenticatie wordt gebruikt en een gebruikersnaam die niet in het apparaat is opgeslagen, rechtstreeks wordt ingevoerd. (Dit kan niet worden geselecteerd in het scherm voor gebruikersaanmelding.)
  • Leverancier: de account die wordt gebruikt als een munt wordt ingevoerd in de nieuwe muntsleuf.
  • Leverancier2: de account die wordt gebruikt als een munt wordt ingevoerd in de oude muntsleuf.
  • Andere gebruiker: deze account wordt gebruikt wanneer een afdrukopdracht wordt uitgevoerd met ongeldige gebruikersinformatie. (Dit kan niet worden geselecteerd in het scherm voor gebruikersaanmelding.)
    Raadpleeg de volgende tabel voor de instellingen voor elke gebruiker.
Gebruikersnaam Beheerder Systeem-
operator
Gebruiker Leve-
rancier
Leve-
rancier2
Andere gebruiker
Aanmeldnaam admin sysadmin users Leve-
rancier
Leve-
rancier2
Overige
Wachtwoord (Raadpleeg de verkorte installatie-
handleiding.) *1
sysadmin*1 users*1 -
Mijn map - Hoofdmap - -
Authenticatie-instellingen Lokaal aanmelden -
Paginalimietgroep Onbeperkt*1
Authori-
teitsgroep*2
Beheerder Systeem-
beheerder*1
Gebruiker*1 Gebruiker*1 Gast*1
Favoriete handelingen-groep Volgens de systeeminstellingen *1
*1 Items die kunnen worden gewijzigd
*2 Zie 'Lijst van instellingen en fabrieksinstellingen van sjabloongroepen' voor meer informatie over elke instelling.
Instellingen
Item Beschrijving
Gebruikersnaam Een gebruikersnaam van maximaal 255 tekens opslaan. Deze gebruikersnaam wordt gebruikt als toetsnaam in het authenticatiescherm, als gebruikersnaam voor documentarchivering en als verzendernaam. (De gebruikersnaam moet uniek zijn.)
Gebruikersnaam toepassen op aanmeldnaam*1 Selecteer dit als u de ingevoerde gebruikersnaam wilt invoeren als aanmeldnaam.
Eerste letter Hiermee wordt bepaald waar de gebruikersnaam wordt opgenomen in de gebruikerslijst. Voer maximaal 10 karakters in voor de voorletters. (Initialen zijn optioneel).
Index Selecteer een aangepaste index om op te slaan. De namen van aangepaste indexen zijn dezelfde namen als in het adresboek.
Gebruikersnummer*2 Voer een gebruikersnummer van 5 tot 8 cijfers in.
Gebruikersnaam*1 Voer de gebruikersnaam in die wordt gebruikt wanneer authenticatie met behulp van een gebruikersnaam en wachtwoord is ingeschakeld (maximaal 255 tekens). (De gebruikersnaam moet uniek zijn.)
Wachtwoord*1, 3 Voer het wachtwoord in (van 1 tot 255 tekens) dat wordt gebruikt voor gebruikersauthenticatie met een gebruikersnaam en wachtwoord (het wachtwoord is optioneel).
E-mailadres Voer het e-mailadres in dat wordt gebruikt in de verzendlijst en voor LDAP-authenticatie (maximaal 255 tekens).
Uitbreidingsplatform Om authenticatie en tracking via een firewall mogelijk te maken, moet u het gebruik van het uitbreidingsplatform instellen.
Proxyserver gebruiken Instellen voor gebruik als proxyserver voor authenticatie en tracking.
Mijn map Sla een map die moet worden gebruikt voor documentarchivering op als speciale gebruikersmap (of Mijn map). U kunt een opgeslagen map selecteren of een nieuwe map maken en opgeven.
Authenticatie-instellingen*1 Selecteer [Lokaal aanmelden] of [Netwerkauthenticatie] (wanneer LDAP is ingeschakeld) voor authenticatie.
Gebruikersgroep Stel een groep in waarvan de gebruiker deel uitmaakt.
Er kunnen maximaal 8 groepen worden toegewezen.
Authenticatieserver Als [Netwerkauthenticatie] is geselecteerd, selecteert u de server die voor gebruikersauthenticatie moet worden gebruikt in de lijst met LDAP-servers die is opgeslagen in de instellingsmodus (webversie).
Paginalimietgroep Geef de paginalimiet voor de gebruiker op door een van de opgeslagen paginalimietgroepen te selecteren. De fabrieksinstelling is [Onbeperkt].
Zie 'LIJST VAN PAGINALIMIETGROEPEN voor meer informatie.
Authoriteitsgroep Geef de gebruikersbevoegdheden op door een van de opgeslagen authoriteitsgroepen te selecteren. De fabrieksinstelling is [Gebruiker].
Zie 'LIJST VAN AUTHORITEITSGROEPEN voor meer informatie.
Favoriete handelingen-groep De favoriete handelingen-groep wordt weergegeven wanneer de gebruiker zich aanmeldt. De fabrieksinstelling is [Volgens de systeeminstellingen].
Selecteer [Gebruikersbediening] in de instellingsmodus (webversie) als u de instellingen wilt wijzigen.
*1 Wordt niet weergegeven als 'Gebruikersnummer' is geselecteerd als authenticatiemethode.

*2 Wordt alleen weergegeven wanneer 'Gebruikersnummer' is geselecteerd als authenticatiemethode.
*3 Niet vereist als netwerkauthenticatie wordt gebruikt, omdat het wachtwoord dat is opgeslagen in de LDAP-server wordt gebruikt.
Aangepaste Index
U kunt de naam van de aangepaste index wijzigen.
Tik op de naam van de aangepaste index in de lijst om deze te bewerken.
Wis de eerder ingevoerde tekens en voer een nieuwe naam in (maximaal 127 tekens).
De standaardnaam is 'Gebruiker 1'.
Terug naar begin