LDAP-SERVERTOEGANGSCONTROLE UITVOEREN

Toegangscontrolegegevens voor maximum aantal pagina's, bevoegdheden en favoriete handelingen kunnen van tevoren op een LDAP-server worden opgeslagen. Als deze LDAP-server voor netwerkauthenticatie wordt gebruikt, vindt de gebruikersauthenticatie plaats aan de hand van de opgeslagen toegangscontrolegegevens.
Gebruik deze functie als gebruikersauthenticatie plaatsvindt door middel van netwerkauthenticatie met een LDAP-server of een adreslijstservice (zoals Active Directory).
Voordat u deze functie gebruikt, moet u instellingen voor authenticatie door een LDAP-server configureren, controlenummers voor 'Paginalimietgroep', 'Authoriteitsgroep' 'Favoriete handelingen-groep' en 'Mijn map' ophalen (met inbegrip van basisinstellingen voor elke groep) en deze koppelen aan de controlenummers die in het apparaat zijn geregistreerd.

Als u deze functie wilt gebruiken, voegt u de eigenschappen die zijn gekoppeld aan 'Paginalimietgroep', 'Authoriteitsgroep', 'Favoriete handelingen-groep' en 'Mijn map' toe aan de adreslijstinformatie van de LDAP-server die voor gebruikersauthenticatie wordt gebruikt.
Hieronder wordt informatie over eigenschappen weergegeven. Instellingen die eerder in het apparaat zijn opgeslagen, kunnen niet worden gewijzigd.
Eigenschap Naam van eigenschap volgens fabrieksinstelling Instelling
Paginalimietgroep pagelimit Registratienummer van de paginalimietgroep die in het apparaat is geregistreerd of een groepsnaam die eerder in het apparaat is geregistreerd.
Onbeperkt: unlimited
Authoriteitsgroep authority Registratienummer van de authoriteitsgroep die in het apparaat is geregistreerd of een groepsnaam die eerder in het apparaat is geregistreerd.
Beheerder: admin
Gebruiker: user
Gast: guest
Favoriete handelingen-groep favoriet Registratienummer van de favoriete handelingen-groep die in het apparaat is geregistreerd of een groepsnaam die eerder in het apparaat is geregistreerd.

Volgens de systeeminstellingen: systeeminstellingen
Mijn map myfolder Mapnaam van de gebruikersmap die in het apparaat is opgeslagen.
Voer deze niet in wanneer de standaardmap is opgegeven.
U kunt de naam van de eigenschappen die het apparaat van de LDAP-server ophaalt als volgt wijzigen. Selecteer [Netwerkinstellingen] → [LDAP-instellingen] in de instellingsmodus. In het instellingenscherm Globaal adresboek dat wordt weergegeven, selecteert u [Link met gebruikerscontrolefunctie] en vervolgens [Paginalimietgroep], [Authoriteitsgroep], [Favoriete handelingen-groep] en [Mijn map].

De gegevens voor [Paginalimietgroep], [Authoriteitsgroep] en [Favoriete handelingen-groep] die in elk apparaat zijn geregistreerd, bepalen de bevoegdheden en instellingen die daadwerkelijk aan de gebruiker worden toegekend. Als u deze functie wilt gebruiken om ervoor te zorgen dat gebruikers op elk apparaat over dezelfde bevoegdheden en instellingen beschikken, registreert u de gegevens voor [Paginalimietgroep], [Authoriteitsgroep] en [Favoriete handelingen-groep] met dezelfde bevoegdheden, zodat deze op elk apparaat worden geregistreerd met dezelfde registratienummers.
Voor [Mijn map] registreert u de map met dezelfde naam in [Aangepaste map] op elk apparaat.

De adreslijstinformatie van de gebruikte LDAP-server kan niet vanaf het apparaat worden gewijzigd. Neem contact op met de beheerder van de LDAP-server.
Automatisch geregistreerde gebruikers
Als toegangscontrole is ingeschakeld en aanmelding plaatsvindt met behulp van netwerkauthenticatie, wordt de gebruikersinformatie in de LDAP-server automatisch in het apparaat geregistreerd.
De informatie wordt als volgt opgeslagen:
Item Beschrijving
Gebruikersnaam Informatie wordt verkregen van de LDAP-server.*
Eerste letter 1
Index Gebruiker1
Wachtwoord -
Authenticatie-instellingen -
Authenticatieserver Netwerkauthenticatie
E-mailadres Informatie wordt verkregen van de LDAP-server.
Mijn map
Paginalimietgroep
Authoriteitsgroep
Favoriete handelingen-groep
*
Als de gebruikersnaam niet kan worden verkregen, worden de eerste zestien tekens gebruikt van de tekenreeks die als gebruikersnaam voor netwerkauthenticatie is ingevoerd.

Als de gebruikersnaam verschilt, maar de ontvangen gebruikersnaam van de LDAP-server gelijk is, of als de gebruikersnaam al op het apparaat is geregistreerd, wordt 'Kan niet aanmelden omdat de ingevoerde gebruikersnaam al is geregistreerd' weergegeven en is aanmelden niet mogelijk. In dat geval moet de gebruikersnaam die is opgeslagen op de LDAP-server of de gebruikersnaam die is opgeslagen op het apparaat worden gewijzigd. Neem contact op met de beheerder van het apparaat.
Als u probeert automatisch te registreren via LDAP-authenticatie terwijl er al duizend gebruikers zijn geregistreerd, wordt het volgende bericht weergegeven en is aanmelden niet mogelijk: 'Maximum aantal gebruikersnamen is 1000. Oude of ongebruikte gebruikersnamen worden verwijderd.' Neem contact op met de beheerder van het apparaat.
Als toegangscontrolegegevens niet kunnen worden verkregen van de LDAP-server die voor authenticatie wordt gebruikt, is gebruikersauthenticatie niet mogelijk.
  • Als een gebruiker die in het apparaat is geregistreerd door middel van netwerkauthenticatie wordt geauthenticeerd, krijgen de instellingen voor gebruikersregistratie op het apparaat prioriteit boven de paginalimietgroep, authoriteitsgroep, favoriete handelingen-groep en mijn map.
  • Als de verkregen toegangscontrole van de LDAP-server niet in het apparaat is geregistreerd, worden de standaardgebruikersbevoegdheden toegepast.
  • Als deze functie niet is ingeschakeld en een gebruiker door netwerkauthenticatie wordt geauthenticeerd als ongeregistreerde gebruiker, worden de standaardgebruikersbevoegdheden toegepast.
Terug naar begin