BEDIENINGSINSTELLINGEN

Instellingen met betrekking tot de beeldverzendfunctie (E-mail, Internetfax, enzovoort) kunnen worden geconfigureerd.
Zie "INSTELLINGEN BEELD VERZENDEN - FAXFUNCTIES" voor informatie over de instellingen voor de faxfunctie.
De volgende bedieningsinstellingen zijn van toepassing op alle beeldverzendfuncties.
Standaardinstellingen
Instellingen enige tijd vasthouden nadat scannen is voltooid.
Gebruik deze instelling om de instellingen te bewaren nadat het scannen is voltooid (totdat de functie Automatisch wissen wordt geactiveerd).
Automatische Starttijd voor Taak Tijdens Scannen
De tijd instellen tot er een time-out optreedt nadat het origineel is gescand. Voer een waarde in van 10 t/m 240 seconden, in stappen van 10 seconden.
Standaardweergave-Instellingen
Selecteer een van de volgende 5 basisschermen die worden weergegeven wanneer u op de toets [Beeld Verzenden] of de (toets [CA]) tikt in het beeldverzendmodusscherm.
  • E-mail
  • Netwerkmap
  • FTP/Bureaublad
  • Internetfax
  • Faxen
  • Gegevensinvoer
Alleen adressen van verzendmodi toepassen
Wanneer een adres wordt geselecteerd in het adresboek, worden alleen de adressen toegepast die in de beperkte modus worden weergegeven.
De weergave van het adresboek krijgt de prioriteit.
Als de modus Beeld Verzenden is ingeschakeld, wordt het Adresboek weergegeven in plaats van het beginscherm van deze modus.
Als in de "Instellingsmodus" een standaard adres is ingesteld via [Systeeminstellingen] → [Instellingen Beeld Verzenden] → [Scaninstellingen] → [Standaardadres] → [Instelling standaard adres], dan kan de functie [Hogere prioriteit wordt gegeven aan de weergave van adresboek.] niet worden gebruikt.
Categorie weergegeven als standaard
Selecteer een categorie die als standaard moet worden weergegeven.
  • Geen
  • Veelgebruikt
  • Categorie 1 t/m 32
Adresboek vergroten
Het adresboek wordt vergroot weergegeven.
Alle adrestypen weergeven, ongeacht de modus die wordt weergegeven.
Als deze instelling is ingeschakeld, worden alle bestemmingen weergegeven, ongeacht de weergegeven modus.
Afdrukstand
Hiermee wordt de standaardafdrukstand ingesteld.
Voorbeeldinstelling
Hetzelfde als "Voorbeeldinstelling" in de bedieningsinstellingen van de systeeminstellingen (beheerder).
Instelling oorspronkelijke resolutie
De volgende instellingen zijn beschikbaar voor de standaardresoluties voor de algemene modi voor scannen, e-mail, internetfax en fax.
Algemeen voor scans
100 X 100 dpi, 150 X 150 dpi, 200 X 200 dpi,
300 X 300 dpi, 400 X 400 dpi, 600 X 600 dpi
E-mail
100 X 100 dpi, 150 X 150 dpi, 200 X 200 dpi,
300 X 300 dpi, 400 X 400 dpi, 600 X 600 dpi
Internetfax
200 X 100 dpi, 200 X 200 dpi*, 200 X 400 dpi*,
400 X 400 dpi*, 600 X 600 dpi*
Fax
Normale en kleine tekens*, Fijn*, Ultrafijn*
* Halftoon
Ingestelde resolutie toepassen bij opslag
Wanneer een afbeelding wordt opgeslagen met behulp van documentarchivering, is deze instelling van toepassing op de resolutie-instelling die met de afbeelding is opgeslagen.
Standaardbelichtingsinstellingen
Deze instelling wordt gebruikt om de standaardbelichtingsinstellingen in te stellen voor het scannen van documenten in de beeldverzendmodus. Selecteer [Automatisch] of [Handmatig]. Stel de belichting in op een van de vijf niveaus als u [Handmatig] selecteert.
Standaardorigineelafbeeldingstype
Selecteer vooraf het origineeltype om scannen van het origineel met een geschikte resolutie mogelijk te maken (uitsluitend voor scanmodus en scanmodus voor USB-geheugen).
De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd.
  • Tekst/Afged.Foto
  • Tekst/Foto
  • Tekst
  • Foto
  • Afgedrukte Foto
  • Map
Als de belichting staat ingesteld op [Automatisch], kan geen standaardorigineeltype worden geselecteerd.
Scherpte
Deze instelling wordt gebruikt om de contouren van afbeeldingen duidelijker weer te geven voor het scannen van documenten in de beeldverzendmodus. U kunt uit vijf niveaus kiezen.
Contrast
Deze instelling wordt gebruikt om het contrast van afbeeldingen in te stellen voor het scannen van documenten in de beeldverzendmodus. U kunt uit vijf niveaus kiezen.
Dezelfde afbeelding verzenden als in Fax-/I-faxmodus
Dit wordt gebruikt om de standaardinstelling in of uit te schakelen. Schakel deze functie in om dezelfde afbeelding gelijktijdig te verzenden wanneer de faxmodus of internetfaxmodus met een andere modus wordt gebruikt.
Als deze functie niet is ingeschakeld, wordt een afbeelding die bij elke scaninstelling wordt opgegeven, verzonden voor e-mail, FTP, bureaublad en netwerkmap.
Zorg ervoor, dat u op de Volgende Adres Toets () drukt, vóór het selecteren van het volgende adres.
Deze functie dwingt de gebruiker op de toets [Volgend adres] te tikken voordat de volgende bestemming wordt ingevoerd tijdens distributieverzending.
Wanneer deze instelling is ingeschakeld, kan de toets [Volgend Adres] niet worden overgeslagen, zelfs niet wanneer het volgende adres wordt ingevoerd met een snelkeuzetoets.
Als een gebruiker probeert het volgende adres in te voeren zonder op de toets [Volgend Adres] te tikken, klinkt een dubbele pieptoon en wordt de invoer geweigerd.
Geluid bij voltooide scan
Hiermee stelt u het geluid voor scan voltooid in wanneer een origineel is gescand.
Omschakelen weergave-volgorde uitschakelen
Hiermee schakelt u de mogelijkheid uit om de weergavevolgorde (volgorde van zoeknummer, oplopend, aflopend) te wijzigen.
De ingestelde weergavevolgorde wordt niet meer gewijzigd. De weergavevolgorde blijft ingesteld op de gebruikte volgorde nadat deze instelling is geactiveerd.
Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens
Met deze functie worden ontvangen faxen en internetfaxen in het geheugen opgeslagen zonder dat deze worden afgedrukt. De faxen kunnen worden afgedrukt door een wachtwoord in te voeren (fabrieksinstelling: 0000) via het numerieke toetsenbord.
Wachtwoord
Als [Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens] is ingeschakeld, voert u het wachtwoord (4 cijfers) in.
Deze instellingen kunnen uitsluitend worden geconfigureerd wanneer geen ontvangen gegevens in het geheugen van het apparaat aanwezig zijn (exclusief de gegevens in de vertrouwelijke of het relaydistributiegeheugenvak).
Standaardverificatiestempel
Dit wordt gebruikt om de standaardinstelling in of uit te schakelen. Schakel dit in om de verificatiestempel altijd toe te voegen aan een origineel dat al is gescand met de automatische documentinvoereenheid.
  • E-mail/Scannen/Data-Invoer
  • Fax/Internetfax
Standaardbreedte van wisstrook instellen
Hiermee wordt de standaardwisbreedte van de wisfunctie ingesteld. Geef een waarde op van 0 mm (0") t/m 25 mm (1") in stappen van 3 mm (1/8") voor het wissen van randen en wissen van midden.
Door tijd opgegeven uitvoer van ontvangen gegevens
Deze functie is beschikbaar als 'Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens' is ingeschakeld.
* Dit wordt weergegeven als een faxuitbreidingskit of internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd. Als "Door tijd opgegeven uitvoer van ontvangen gegevens" is ingesteld op , dan wordt deze instelling grijs weergegeven.
Als "Wachtwoord wijzigen" of "Instelling vasthouden ontvangen afdrukgegevens" is ingesteld op , dan wordt het veld voor wachtwoordinvoer grijs weergegeven.
INSTELLINGEN INSCHAKELEN/UITSCHAKELEN
Registratie uitschakelen
Deze instelling wordt gebruikt om het opslaan van bestemmingen te blokkeren. Het opslaan via het apparaat, via de instellingsmodus (webversie) en via de computer kunnen elk afzonderlijk worden geblokkeerd.
Reg. van bestemming via bedieningspaneel uitschak.
Hiermee schakelt u adresbeheer via het apparaat uit.
Configureer de instellingen voor de volgende items:
  • Groep (Directe Invoer)
  • Groep (Adresboek)
  • Contactpersonen
Alles selecteren: alle items worden geselecteerd.
Geselecteerde wissen: alle selecties worden gewist.
Registratie van bestemming op webpagina uitschakelen
Hiermee schakelt u het opslaan van de bestemming via de instellingsmodus uit (webversie).
Configureer de instellingen voor de volgende items:
  • Groep (Directe Invoer)
  • Groep (Adresboek)
  • Individueel
Alles selecteren: alle items worden geselecteerd.
Geselecteerde wissen: alle selecties worden gewist.
Registratie/verwijderen van programma uitschakelen
Deze instelling wordt gebruikt om het verwijderen en wijzigen van de instellingen voor beeld verzenden in de werkprogramma's niet toe te staan.
Registratie van alle programma-items niet toestaan
Hiermee wordt het gebruik van het adresboek geblokkeerd wanneer een programma wordt opgeslagen.
Registratie van geheugenvak uitschakelen
Hiermee schakelt u de registratie van alle typen geheugenvakken uit.
Configureer de instellingen voor de volgende items:
Navraaggeheugen, Vertrouwelijk, Relay-distributie (Directe invoer), Relay-distributie (Adresboek)
Bestemmingsregistratie via Globaal adres zoeken uitschakelen
Hiermee schakelt u adresbeheer via globaal adres zoeken uit.
Configureer de instellingen voor de volgende items:
E-mail, Internetfax, Fax
Alles selecteren: alle items worden geselecteerd.
Geselecteerde wissen: alle selecties worden gewist.
Registratie via Network Scanner Tools uitschakelen
Schakelt adresbeheer via Network Scanner Tools uit.
Gebruik deze optie om de opslag van gegevens van een ander apparaat via inkomende routing van het adresboek te onderdrukken.
Doorsturen via netwerk uitschakelen
Hiermee wordt inkomende routing geblokkeerd.
Instel. voor uitschak. van verzending
Deze instellingen worden gebruikt om de volgende verzendhandelingen uit te schakelen.
[Opn. verzenden] uitschakelen in beeldverzendmodus
Met deze instelling schakelt u de toets [Opn. verzenden] in het basisscherm van de beeldverzendmodus uit.
Selecteren uit adresboek uitschakelen
Hiermee schakelt u de selectie van bestemmingen vanuit het adresboek uit.
Configureer de instellingen voor de volgende items:
  • E-mail
  • FTP
  • Bureaublad
  • Netwerkmap
  • Internetfax (incl. directe SMTP)
  • Faxen
Alles selecteren: alle items worden geselecteerd.
Geselecteerde wissen: alle selecties worden gewist.
Directe invoer uitschakelen
Hiermee schakelt u directe invoer van het bestemmingsadres en dergelijke uit.
Configureer de instellingen voor de volgende items:
  • E-mail
  • Netwerkmap
  • Internetfax (incl. directe SMTP)
  • Faxen
Alles selecteren: alle items worden geselecteerd.
Geselecteerde wissen: alle selecties worden gewist.
PC-I-Fax-verzending uitschakelen
Hiermee wordt PC-I-Faxverzending geblokkeerd.
PC-Fax-verzending uitschakelen
Hiermee blokkeert u PC-Faxverzending.
Eigen nummer en naam
Hiermee wordt de afzenderinformatie van de internetfax of fax opgeslagen.
Registratie zendergegevens
Gebruik dit om de naam van de afzender op te slaan voor fax, internetfax, faxnummer van afzender en afzenderadres voor internetfax. De opgeslagen naam en het faxnummer van de afzender of het internet-afzenderadres wordt boven aan de ontvangen fax afgedrukt.
Naam afzender
Voer de naam van de afzender in. Voor de naam van de afzender mogen maximaal 20 tekens worden ingevoerd.
Faxnummer afzender
Hiermee stelt u het faxnummer van de afzender in.
Tik op de toets [-] om een pauze tussen de cijfers in te voegen.
Tik op de toets [Spatie] om een spatie tussen de cijfers in te voegen.
Eigen adres I-Fax
Voer een standaardadres van de afzender in (maximaal 56 tekens).
Registratie van Eigen naam kiezen
Hiermee wordt de gebruikte afzendernaam in 'Eigen naam kiezen' van een andere functie opgeslagen. Er kunnen maximaal 18 afzendernamen worden opgeslagen.
Nieuwe toevoegen
Sla een afzendernaam op. Er kunnen maximaal 20 tekens worden opgeslagen.
Tik op de toets [Opslaan] na het invoeren van een afzendernaam.
Het laagste ongebruikte registratienummer van 01 t/m 18 wordt automatisch aan de afzendernaam toegewezen. Dit nummer kan niet worden gewijzigd.
Lijst met namen van afzenders
Toont een lijst met opgeslagen afzendernamen.
Wanneer u een afzendernaam selecteert, wordt deze verwijderd.
Terug naar begin