INSTELLINGEN BEELD VERZENDEN - FAXFUNCTIES

U kunt de beeldverzendinstellingen van faxfuncties selecteren.
Faxinstellingen
Fax-standaardinstellingen
U kunt faxinstellingen in- of uitschakelen om deze aan te passen aan uw werkomgeving.
Kiesmodusinstelling
Deze instelling kan alleen worden geactiveerd in Canada. Selecteer de juiste instelling voor uw telefoonlijn.
Kiesmodusinstelling
Selecteer de gewenste lijnsoort in de lijst.
Automatische selectie
Selecteer dit nadat een verbinding op de lijn is gemaakt om het apparaat automatisch te laten detecteren of uw lijn een pulskeuzelijn of een toonkeuzelijn is.
Afdrukken automatisch reactiveren
Wanneer de toets [Aan] op 'uit' staat (maar de hoofdschakelaar op '') en er een fax binnenkomt, zorgt deze functie ervoor dat het apparaat wordt geactiveerd en de fax wordt afgedrukt.
Wanneer deze functie is uitgeschakeld, worden ontvangen faxen pas afgedrukt nadat de toets [Aan] op 'aan' staat.
Instelling Onderbrekingstijd
Hiermee wijzigt u de lengte van de pauzes die tussen de faxnummers worden ingevoegd.
Wanneer een streepje (-) tijdens het bellen of opslaan van een faxnummer wordt ingevoerd, wordt een pauze van 2 seconden ingelast.
Deze pauze kan worden ingesteld op een waarde tussen 1 en 15 seconden, met intervallen van 1 seconde.
Faxbestemming Bevestigingsmodus
Deze instelling bepaalt of een verificatiebericht over de bestemming wordt weergegeven bij het verzenden van een fax om onbedoelde verzending naar een verkeerde bestemming te voorkomen.
Luidsprekerinstellingen
Gebruik deze instellingen om geluiden vanuit de luidspreker in te stellen (voor Luidspreker, Belvolume, Lijncontrole, Signaal faxontvangst voltooid, Signaal faxverzending voltooid en Foutsignaal faxcommunicatie). Voor Faxontvangstsignaal, Signaal faxverzending voltooid en Foutsignaal faxcommunicatie kunt u naast het volume ook het Toonpatroon en de Tijdinstelling transmissie compleet-geluid selecteren.
Geluiden bij setupcontrole
Hiermee worden het geselecteerde toonpatroon en volume gecontroleerd.
Instelling Extern Ontvangstnummer
U kunt het apparaat op de faxontvangstmodus instellen door een nummer van een cijfer in te voeren via de aangesloten extra telefoon en door op de toets te tikken. Dit enkelcijferige nummer word het externe ontvangstnummer genoemd en kan tussen de 0 en 9 liggen.
Origineel afdrukken op transactierapport
Wanneer een transactierapport wordt afgedrukt, wordt deze instelling gebruikt om een gedeelte van de eerste pagina van de verzending op het transactierapport af te drukken. Selecteer een van de volgende instellingen.
  • Ontvangen
  • Volledig rapport afdrukken
  • Kennisgevingspagina Afdrukken Niet afdrukken
Deze instelling werkt niet wanneer de volgende 'Instelling Afdrukken Transactierapport' is ingesteld op 'Niet afdrukken'.
Instelling Afdrukken Transactierapport
Hiermee geeft u aan of wel of niet een transactierapport wordt afgedrukt. Als dat wel het geval is, kunt u de voorwaarde selecteren.
Selecteer een instelling voor elk van de volgende handelingen:
  • Ontvangen
  • Volledig rapport afdrukken
  • Kennisgevingspagina Afdrukken Niet afdrukken
Niet afdrukken
  • Ontvangen
  • Volledig rapport afdrukken
  • Kennisgevingspagina Afdrukken Niet afdrukken
Niet afdrukken
  • Ontvangen
  • Volledig rapport afdrukken
  • Kennisgevingspagina Afdrukken Niet afdrukken
Niet afdrukken
  • Vertrouwelijke Ontvangst
  • Kennisgevingspagina Afdrukken Niet afdrukken
Wanneer een transactierapport wordt afgedrukt, wordt deze instelling gebruikt om een gedeelte van de eerste pagina van de verzending op het transactierapport af te drukken. Zie 'Origineel afdrukken op transactierapport' voor meer informatie.
Wanneer het afdrukken van een transmissierapport staat ingesteld op "Ontvangen", wordt geen rapport afgedrukt voor ontvangst van een nummer dat bij "Instelling aantal toestaan/weigeren" is opgegeven als te weigeren nummer.
Instelling Afdrukken Activiteitenrapport
Deze instelling wordt gebruikt om het activiteitenrapport Beeld Verzenden, dat is opgeslagen in het geheugen van het apparaat, regelmatig af te drukken.
U kunt instellen dat het Activiteitenrapport voor beeldverzending telkens bij het bereiken van 200 transacties wordt afgedrukt of op een aangegeven tijdstip (slechts eenmaal per dag). (De instellingen kunnen gelijktijdig worden ingeschakeld.)
  • Wanneer u alleen de instelling 'Dagelijks afdrukken op opgegeven tijd' selecteert en het aantal transacties de 200 bereikt vóór het opgegeven tijdstip, wordt bij elke nieuwe transactie de oudste transactie verwijderd (de oudste transactie wordt niet afgedrukt).
  • Het transactierapport kan naar behoefte handmatig worden afgedrukt. Zie 'LIJST AFDRUKKEN (BEHEERDER)' voor meer informatie.
ECM
Ruis op de lijn kan leiden tot onduidelijke faxbeelden. Wanneer u ECM (Error Correction Mode) inschakelt, worden onduidelijke pagina's automatisch opnieuw verzonden.
Als het ontvangende faxapparaat Super G3 ondersteunt, zal ECM, ongeacht deze instelling, functioneren.
DRD (Distinctive Ring Detection)
Deze instelling kan alleen worden geactiveerd in Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Hongkong. Als meerdere telefoonnummers aan uw telefoonlijn zijn toegewezen, kan het gekozen nummer worden bepaald aan de hand van het belpatroon. Door afzonderlijke nummers voor telefoongesprekken en faxen te gebruiken, kunt u bepalen welk soort oproep u ontvangt aan de hand van het belpatroon. U kunt het apparaat instellen om automatisch faxen te ontvangen wanneer het faxnummer wordt opgeroepen, door het patroon in te stellen dat overeenkomt met uw faxnummer. (In Canada zijn zes selecties zijn beschikbaar.)
PBX-instelling
Deze instelling kan alleen worden geactiveerd in Frankrijk en Duitsland.
Wanneer het apparaat op een PBX wordt gebruikt, kunt u de PBX-instelling inschakelen zodat het apparaat automatisch verbinding maakt met een buitenlijn. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, wordt de toets [R] weergegeven in het basisscherm. Als u op de toets [R] tikt, wordt de PBX-instelling tijdelijk geannuleerd.
Selecteer [Flash] als uw PBX de Flash-methode gebruikt om verbinding te maken met een buitenlijn. Geef het ID-nummer op als uw PBX een ID-nummer gebruikt voor verbinding met een buitenlijn.
Selecteer een nummer voor het eerste cijfer en vervolgens een nummer of een streepje "-" voor het tweede en derde cijfer.
Instellingen Fax Verzenden
U kunt de instellingen voor faxverzending configureren.
Instelling Verzenden Automatische Reductie
Met deze instelling kunt u de grootte van verzonden faxen automatisch laten verkleinen zodat deze overeenkomt met het formaat van het papier in het ontvangende apparaat.
Als deze instelling is uitgeschakeld, worden faxen met de volledige grootte verzonden. De grootte is dan niet aangepast aan het formaat van het papier waarop wordt afgedrukt, zodat een deel van de fax mogelijk wegvalt.
Instelling Verzenden Draaiing
Wanneer u een afbeelding verzendt met een van de onderstaande formaten, draait u met deze functie het beeld 90 graden. (De instelling kan voor elk formaat afzonderlijk worden geconfigureerd.)
A4, B5R, A5R, 8-1/2" x 11", 5-1/2" x 8-1/2"R, 16K
Afbeeldingen van het formaat A4R en 8-1/2" x 11"R worden niet gedraaid.
Snel On-Line Verzenden
Wanneer deze instelling is ingeschakeld, verstuurt het apparaat een fax zodra de eerste pagina is gescand. Verzending vindt plaats terwijl de resterende pagina's worden gescand.
Als u deze instelling uitschakelt, zal de verzending pas beginnen als alle pagina's zijn gescand. NB: deze instelling geldt niet voor handmatige verzending.
Paginanummer afdrukken bij ontvanger
Het paginanummer kan door het ontvangende apparaat boven aan elke afgedrukte pagina worden toegevoegd.
Naam afzender/bestemming wijzigen
Hiermee kunt u zo nodig de naam van de bestemming en het faxnummer van de afzender wijzigen.
Instelling Afdrukpositie Datum/Eigen Nr.
Met deze instelling bepaalt u de positie van de datum en informatie van de verzender boven aan de faxpagina's die door het ontvangende apparaat worden afgedrukt. Tik op de toets [Buiten origineel beeld] om de informatie buiten het verzonden documentbeeld af te drukken. Tik op de toets [Binnen origineel beeld] om de informatie binnen het verzonden documentbeeld af te drukken.
Zie 'AFZENDERINFORMATIE TOEVOEGEN AAN UW FAXEN (eigen faxnummer verzenden)' in 'FAX' voor meer informatie over de afdrukpositie.
Opnieuw oproepen indien bezet
Dit programma wordt gebruikt om het aantal belpogingen en ook het interval tussen deze pogingen in te stellen wanneer een verzending mislukt als gevolg van een bezette lijn of om een andere reden.
Aantal keren dat opnieuw moet worden gebeld wanneer de lijn bezet is
De instelling geeft aan of opnieuw bellen wel of niet plaatsvindt wanneer de lijn bezet is. Wanneer dat wel gebeurt, kunt u het aantal belpogingen instellen.
Wachtinterval (in minuten) tussen nieuwe belpogingen wanneer de lijn bezet is
U kunt het interval tussen nieuwe belpogingen instellen.

Het aantal belpogingen en het interval tussen deze pogingen die u kunt instellen in elk land, worden weergegeven in de onderstaande tabel.
Landdifferentiatietabel
  Aantal belpogingen Interval tussen pogingen
Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Italië, Spanje, Nederland, Saudi-Arabië, Zuid-Afrika, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, Griekenland, Rusland 1 to 10
(standaard: 2)
Willekeurig aantal minuten van 1 tot 15
(standaard: 3)
Canada 1 to 14
(standaard: 2)
Australië, Nieuw-Zeeland, Singapore, Thailand, Maleisië, India, Filippijnen 1 to 9
(standaard: 2)
Hongkong 1 to 3
(standaard: 2)
Taiwan 1 to 15
(standaard: 2)
Willekeurig aantal minuten van 4 tot 15
(standaard: 4)
Indonesië 1 to 5
(standaard: 2)
Wanneer deze instelling is ingeschakeld, plaatst het apparaat geen nieuwe oproep wanneer handmatige of rechtstreekse verzending wordt gebruikt.
Opnieuw bellen bij communicatiefout
Deze instelling bepaalt hoe vaak het apparaat automatisch probeert terug te bellen als een faxverzending mislukt door een communicatiefout.
Aantal keren dat opnieuw moet worden gebeld wanneer een fout optreedt
Geef op hoe vaak het apparaat opnieuw een oproep moet plaatsen wanneer een communicatiefout optreedt.
Wachtinterval (in minuten) tussen nieuwe belpogingen wanneer een fout optreedt
U kunt het interval tussen nieuwe belpogingen instellen.

Het aantal belpogingen en het interval tussen deze pogingen die u kunt instellen in elk land, worden weergegeven in de onderstaande tabel.
Landdifferentiatietabel
  Aantal belpogingen Interval tussen pogingen
Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Italië, Spanje, Nederland, Saudi-Arabië, Zuid-Afrika, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, Griekenland, Rusland 1 to 5
(standaard: 1)
Willekeurig aantal minuten van 1 tot 15
(standaard: 1W)
Australië, Nieuw-Zeeland, Canada 1 poging Willekeurig aantal minuten van 1 tot 15
(standaard: 3)
Singapore, Thailand, Maleisië, India, Filippijnen 1 to 9
(standaard: 2)
Willekeurig aantal minuten van 1 tot 15
(standaard: 1)
Hongkong 1 to 3
(standaard: 2)
Taiwan 1 to 15
(standaard: 2)
Indonesië 1 to 5
(standaard: 2)
Willekeurig aantal minuten van 4 tot 15
(standaard: 4)
Wanneer deze instelling is ingeschakeld, plaatst het apparaat geen nieuwe oproep wanneer handmatige of rechtstreekse verzending wordt gebruikt.
Faxdistributie niet toestaan
Hiermee schakelt u faxdistributie uit.
Instellingen Fax Ontvangen
U kunt de instellingen voor faxverzending configureren.
Aantal oproepen in automatische ontvangst
Deze instelling wordt gebruikt om het aantal oproepen te selecteren waarna het apparaat automatisch een oproep ontvangt en begint met faxontvangst in de automatische ontvangstmodus.

Het aantal oproepen in automatische ontvangst dat u kunt instellen in elk land wordt weergegeven in de onderstaande tabel.
Landdifferentiatietabel
  Aantal beltonen
Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Italië, Spanje, Nederland, Thailand, Hongkong, Saudi-Arabië, Zuid-Afrika, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, Griekenland, Rusland, Filippijnen en Indonesië 0 tot 9
Australië, Nieuw-Zeeland 2 tot 4
Singapore 0 tot 3
Maleisië, India, Canada, Taiwan 0 tot 15
Als u '0' selecteert voor het aantal beltonen, zal het apparaat onmiddellijk opnemen en beginnen met faxontvangst in de Automatische ontvangstmodus, zonder beltonen af te wachten.
Overschakelen van handmatige naar automatische ontvangst
Deze instelling kan alleen worden geactiveerd in Frankrijk.
Wanneer een fax wordt ontvangen in handmatige ontvangstmodus, kunt u het apparaat automatisch laten overschakelen op automatische ontvangst. Het aantal beltonen waarna de overschakeling naar automatische ontvangst plaatsvindt, kan worden ingesteld tussen 1 en 9.
Instelling duplexontvangst
Hiermee kunt u ontvangen faxen op beide zijden van het papier afdrukken.
Wanneer deze instelling is ingeschakeld en een fax binnenkomt die bestaat uit 2 of meer pagina's (de pagina's moeten hetzelfde formaat hebben), worden de pagina's aan beide zijden van het papier afgedrukt.
Instelling Reductie Automatische Ontvangst
Wanneer een fax wordt ontvangen waarin afgedrukte informatie, zoals de naam en het adres van de afzender, is opgenomen, is het ontvangen beeld iets groter dan het standaardformaat. Deze instelling wordt gebruikt om het beeld automatisch aan het standaardformaat aan te passen.
  • Als Reductie automatisch ontvangen is uitgeschakeld, kunnen delen van de fax worden afgebroken. Het beeld wordt wel duidelijker, want er wordt afgedrukt op hetzelfde formaat als het origineel.
  • Standaardformaten zijn formaten zoals A4 en B5 (8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 5-1/2").
Instelling Afdrukstijl
Deze instelling bepaalt de voorwaarden voor papierselectie tijdens het afdrukken van ontvangen faxberichten. Selecteer een van de drie volgende voorwaarden.
Werkelijk formaat afdrukken bijsnijden uitgeschakeld
Het ontvangen faxbeeld wordt op de volledige grootte afgedrukt zonder meerdere vellen papier te gebruiken. Als papier met hetzelfde of een groter formaat niet is geladen, wordt de fax in het geheugen ontvangen en wordt deze pas afgedrukt als papier met het geschikte formaat is geplaatst.
Als de ontvangen fax echter langer is dan A3 (11" x 17"), wordt deze automatisch over meerdere vellen papier verdeeld.
Werkelijk formaat afdrukken bijsnijden ingeschakeld
Elk ontvangen beeld wordt op volledige grootte afgedrukt. Het beeld wordt zo nodig verdeeld over meerdere vellen papier.
Automatische formaatselectie
Elk ontvangen beeld wordt, indien mogelijk, op volledig grootte afgedrukt. Indien dat niet mogelijk is, wordt het beeld automatisch verkleind voordat het wordt afgedrukt.
Telefoonnummer voor doorsturen gegevens instellen
Wanneer het apparaat een ontvangen fax niet kan afdrukken, bijvoorbeeld als gevolg van een storing, kan de fax worden doorgestuurd naar een ander faxapparaat. Deze instelling wordt gebruikt om het faxnummer van het ontvangende faxapparaat te programmeren. Er kan slechts één faxnummer voor doorsturen worden geprogrammeerd (van maximaal 64 cijfers).
Tik op de toets [-] om een pauze tussen de cijfers in te voegen.
Tik op de toets [/] nadat u het faxnummer hebt ingevoerd en voer de F-code (subadres en wachtwoord) in als u een vertrouwelijk geheugenvak met F-code wilt opgeven in het ontvangende apparaat.
Letter formaat RX verkleint afdrukken
Dit programma is niet beschikbaar in Canada en de Filippijnen.
Wanneer een fax van letter-formaat (8-1/2" x 11") wordt ontvangen, verkleint deze instelling de fax tot A4-formaat.
Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden faxen met A4-formaat ook verkleind.
Ontvangstdatum/-tijd afdrukken
Schakel deze instelling in om de datum en tijd van ontvangst af te drukken.
Selecteer [Binnen het ontvangen beeld] of [Buiten het ontvangen beeld] als positie waar de datum en tijd moeten worden afgedrukt.
Wanneer [Binnen het ontvangen beeld] wordt geselecteerd, worden datum en tijd op de ontvangen afbeelding afgedrukt.
Wanneer [Buiten het ontvangen beeld] wordt geselecteerd, wordt de ontvangen afbeelding verkleind en worden datum en tijd op het resulterende blanco gedeelte afgedrukt.
[Buiten het ontvangen beeld] kan niet als afdrukinstelling voor de ontvangstdatum en -tijd worden geselecteerd als "Instelling Reductie Automatische Ontvangst" niet is ingeschakeld.
A3 RX verkleinen
Deze functie is niet beschikbaar in sommige landen en regio's. Wanneer een fax van A3-formaat wordt ontvangen, verkleint deze functie de fax tot ledger-formaat (11" x 17").
Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden faxen met ledger-formaat (11" x 17") ook verkleind.
Faxuitvoerinstellingen
Deze instellingen worden gebruikt om het aantal kopieën en de uitvoerlade te selecteren voor ontvangen faxen. Als een afwerkingseenheid is geïnstalleerd, kan de lade van de afwerkingseenheid als uitvoerlade worden geselecteerd en kan ook nieten worden geselecteerd.
Uitvoerlade
Selecteer de uitvoerlade voor ontvangen faxen.
Aantal afdrukken
Stel het aantal ontvangen faxen dat wordt afgedrukt in op een waarde tussen 1 en 99.
Nietinstellingen
Als een afwerkingseenheid is geïnstalleerd, stelt u de positie in waarop ontvangen faxen worden geniet.
Papierformaat
Als een afwerkingseenheid is geïnstalleerd, selecteert u het gebruikte papier voor het afdrukken van ontvangen faxen.
Vouwafmetinginstelling
Wanneer de papiervouweenheid geïnstalleerd is, kunt u het formaat van de papiervouw (Z-vouw) voor het afdrukken van ontvangen gegevens selecteren.
  • Deze instelling kan alleen worden gebruikt wanneer de selectievakjes [Meer sets printen] en [Nieten] zijn ingeschakeld bij 'Faxinstellingen'.
  • U kunt maximaal 50 pagina's nieten. (Als het papier een horizontale afdrukstand heeft, kunt u maximaal 30 vellen nieten.)
Instelling aantal toestaan/weigeren
Gebruik deze instelling om aan te geven of ontvangst vanaf een opgeslagen nummer moet worden toegestaan of geweigerd.
Item Beschrijving
Ontvangst Weigeren Weiger ontvangst vanaf het opgeslagen nummer.
Ontvangst toestaan Sta ontvangst vanaf het opgeslagen nummer toe.
Alle ongeldig Zelfs wanneer nummers zijn opgeslagen, de nummers negeren en ontvangst van alle nummers toestaan.
Onbekende oproepen weigeren Hiermee wordt een oproep geweigerd wanneer de beller de verzending van nummerweergave-informatie heeft geblokkeerd.
Nieuwe toevoegen Hiermee wordt een nieuw adres of domein (maximaal 50) toegevoegd waarvan ontvangst wel of niet is toegestaan.
Voer het nummer (maximaal 20 cijfers) in en tik op de toets [Opslaan].
Lijst met registratienummers Er kan een lijst met opgeslagen nummers worden weergegeven.
Wanneer u een nummer in dit scherm selecteert, wordt het uit de lijst verwijderd.
Onbekende oproepen weigeren
Als deze optie is ingeschakeld, worden oproepen vanaf het nummer in de instelling voor 'Onbekende oproepen weigeren' geweigerd, ongeacht de ontvangstinstellingen voor bepaalde nummers.
Als er geen anti-junkmailadressen of -domeinen zijn opgeslagen, kan alleen de toets [Nieuwe toevoegen] worden geselecteerd.
Faxnavraagbeveiliging
De volgende instellingen zijn bedoeld voor regulier navraaggeheugen via het openbare vak.
Navraagbeveiliging
Wanneer u gebruikmaakt van de navraaggeheugenfunctie, bepaalt deze instelling of een apparaat navraag kan doen bij uw apparaat of dat alleen de apparaten die zijn opgeslagen in uw apparaat navraag kunnen doen.
Nieuwe toevoegen
Wanneer u de Instelling Navraagbeveiliging hebt ingeschakeld, gebruikt u deze instelling om faxnummers van de apparaten die toestemming hebben om navraag te doen bij uw apparaat op te slaan (of te wissen). Er kunnen maximaal 10 faxnummers van bestemmingen worden ingevoerd. Elk nummer mag maximaal 20 cijfers bevatten.
Lijst met nummertoetsen voor wachtwoorden
Hiermee wordt een lijst met de opgeslagen wachtwoorden weergegeven. Selecteer een nummer in de lijst en verwijder het.
Deze instellingen zijn niet van toepassing op het navraaggeheugen met F-code.
Terug naar begin