ELKE MODUS SELECTEREN

In dit gedeelte wordt de procedure uitgelegd voor het selecteren van de kopieer-, beeldverzend- of andere modus.

Bediening

Schakelen tussen modi vanaf het beginscherm
Toets [Beginscherm] Tik op het moduspictogram. Bediening voor elke modus.


Schakelen tussen modi vanaf de modusweergave
Tik op de modusweergave. Tik hier voor elke gewenste modus.


Tik in de modus Beeld Verzenden op om tussen modi te schakelen.

Bediening



  1. Tik op de toets [Beginscherm bewerken] in het actiescherm.

    Als gebruikersauthenticatie niet beschikbaar is, voert u het beheerderswachtwoord in.
    Het scherm verandert in de modus Beginscherm bewerken.

  2. Na het bewerken van de sneltoetsen in het beginscherm tikt u op de toets [Modus Beginscherm bewerken afsluiten] in het actiescherm.

    De modus Beginscherm bewerken wordt afgesloten en u keert terug naar het beginscherm.


Sneltoetsen toevoegen

  1. Tik op een plaats zonder sneltoets in de modus Beginscherm bewerken.

  2. Tik op de functie die u wilt toevoegen.

    De sneltoets voor de toegevoegde functie wordt weergegeven in het beginscherm.



Sneltoetsen verwijderen

  1. Tik op de sneltoets die u wilt verwijderen in de modus Beginscherm bewerken.

  2. Tik op de toets [Toets verwijderen] in het actiescherm.

    Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven.

  3. Tik op de toets [Wissen].

    De geselecteerde sneltoets wordt verwijderd uit het beginscherm.
    Nadat u in stap 1 op de sneltoets hebt getikt die u wilt verwijderen, kunt u de sneltoets ook naar de prullenbak slepen om te verwijderen.



Sneltoetsen verplaatsen

  1. In de modus Beginscherm bewerken tikt u op de sneltoets die u wilt verplaatsen.

  2. Tik op de toets [Toets verplaatsen] in het actiescherm.

  3. Tik op de plaats waarnaar u de sneltoets wilt verplaatsen.

    De geselecteerde sneltoets wordt verplaatst.


De naam van sneltoetsen wijzigen

  1. In de modus Beginscherm bewerken tikt u op de sneltoets waarvan u de naam wilt wijzigen.

  2. Tik op de toets [Toetsnaam wijzigen] in het actiescherm.

    Het aanraaktoetsenbord wordt weergegeven.
    Als het externe toetsenbord is geïnstalleerd, dan kan de tekst met het externe toetsenbord worden ingevoerd.
  3. Voer de naam in en tik op de toets [OK].

    De naam van de geselecteerde sneltoets wordt gewijzigd.


De standaardinstelling van sneltoetsen herstellen

  1. In de modus Beginscherm bewerken tikt u op de toets [Opmaak terugzetten op fabrieksinstelling] in het actiescherm.

    Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven.

  2. Tik op de toets [Terugstellen].

    De standaardinstelling van de sneltoetsen wordt hersteld.


Instelling weergavepatroon wijzigen

  1. Tik op [Weergavepatroon instelling] in het actiescherm

    Als gebruikersauthenticatie niet beschikbaar is, voert u het beheerderswachtwoord in.
  2. Tik op een weergavepatroon dat u wilt wijzigen

Terug naar begin