TWEE APPARATEN GEBRUIKEN OM PARALLEL TE KOPIËREN (TANDEMKOPIE)

Overzicht

Met deze functie wordt een kopieeropdracht gedeeld tussen twee apparaten die op het netwerk zijn aangesloten, zodat de kopieertijd kan worden verkort. Tandemkopie moet zijn ingeschakeld in [Instelling tandemverbinding] van de instellingsmodus.

Hoofdapparaat en volgapparaat
Het hoofdapparaat is een apparaat dat wordt gebruikt voor het scannen van originelen en het afdrukken van de gegevens. Het volgapparaat is geregistreerd in het hoofdapparaat en drukt alleen gegevens af zonder originelen te scannen.
  • Als u deze functie wilt gebruiken, moeten twee apparaten op uw netwerk zijn aangesloten. U kunt drie apparaten of meer gebruiken voor Tandemkopie.
  • Wanneer Tandemkopie is ingeschakeld via een functie die wel beschikbaar is in het hoofdapparaat maar niet in een volgapparaat, wordt een bericht weergegeven. Bijvoorbeeld als een nietfinisher is geïnstalleerd in het hoofdapparaat maar niet in het volgapparaat:
    • Tandemkopie is ingeschakeld bij het opgeven van kopieën zonder nieten.
    • Tandemkopie is uitgeschakeld bij het opgeven van kopieën met nieten.
  • Als het hoofdapparaat of het volgapparaat geen papier meer heeft, zal het apparaat dat geen papier meer heeft de opdracht in de wacht zetten, terwijl het apparaat dat nog wel papier heeft zal doorgaan met de opdracht. Als u papier laadt in het apparaat dat geen papier meer had, wordt de opdracht hervat.
  • Als u de instellingen voor gebruikersauthenticatie hebt geconfigureerd, is Tandemkopie mogelijk niet ingeschakeld afhankelijk van de authenticatie die is opgegeven voor de hoofd- en volgapparaten.
    • Tandemkopie wordt ingeschakeld als gebruikersauthenticatie is opgegeven in het hoofdapparaat.
    • Tandemkopie wordt uitgeschakeld als gebruikersauthenticatie is opgegeven in het volgapparaat maar niet in het hoofdapparaat.
  • Als een oneven aantal sets wordt gemaakt, gaat één set naar het hoofdapparaat.
Tandemkopie gebruiken:
Selecteer in 'Instellingsmodus (beheerder)' [Systeeminstellingen[Apparaatbeheer][Instelling tandemverbinding].
  • IP-adresinformatie van het volgapparaat moet zijn geregistreerd in het hoofdapparaat. Voor het poortnummer kunt u het beste de oorspronkelijke instelling gebruiken (50001). Verander het poortnummer niet, tenzij u problemen ondervindt met deze instelling. De netwerkbeheerder moet de instelling van de tandemverbinding configureren. Als het hoofdapparaat en het volgapparaat van rol wisselen, configureert u het IP-adres van het hoofdapparaat in het volgapparaat. Hetzelfde poortnummer kan voor beide apparaten worden gebruikt.
Tandemverzending of -ontvangst blokkeren:
Selecteer in 'Instellingsmodus (beheerder)' [Systeeminstellingen[Apparaatbeheer][Instelling tandemverbinding].
  • Als u tandemverzending wilt blokkeren, schakelt u [Master-machinemodus uitschakelen] in.
  • Als u tandemontvangst wilt blokkeren, schakelt u [Slave-machinemodus uitschakelen] in.

Bediening

  1. 2

    Plaats een origineel en tik op de toets [Voorbeeld]

    Plaats het origineel in de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
    Als u de glasplaat gebruikt voor het scannen van meerdere origineelpagina's, moet u het origineel wijzigen en op de toets [Extra scan] tikken.
  2. 2

    Tik op de toets [Overige] en op de toets [Tandemkopie]

    Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op de toets [Vorige].
    De instelling voor tandemkopie annuleren:
    Tik op de toets [Tandemkopie] om het vinkje te wissen.
  3. 2

    Tik op de kopieweergavetoets om het aantal kopieën op te geven

    U kunt maximaal 9999 kopieën (sets) instellen. Het opgegeven aantal kopieën wordt tussen het hoofdapparaat en volgapparaat verdeeld. Als het een oneven aantal kopieën betreft, zal het hoofdapparaat meer kopieën maken dan het volgapparaat.

    Als een verkeerd aantal kopieën is ingesteld:
    Tik op de toets [C] en voer vervolgens het juiste aantal in.
  4. 2

    Controleer de voorbeeldafbeelding in het voorbeeldscherm

    Alle instellingen annuleren:
    Tik op de toets [CA].
  5. 2

    Tik op de toets [Starten kleur] of [Starten zwart/wit] om het kopiëren te starten

    Tandemkopie annuleren:
    Tik op de toets [STOP] op zowel het hoofdapparaat als de volgapparaten.
Terug naar begin