DE SCHERPTE VAN EEN AFBEELDING AANPASSEN(SCHERPTE)

Overzicht

Met deze functie past u de scherpte aan voor een scherpere of zachtere afbeelding.
De scherpte moet worden opgegeven voordat het origineel wordt gescand.

Bediening

  1. 2

    Tik op de toets [Overige] en op de toets [Scherpte]

  2. 2

    Tik op pictogram of schuif met de schuifregelaar om de scherpte aan te passen

    Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u achtereenvolgens op de toetsen pictogram en [Vorige].

    De instelling voor scherpte annuleren:
    Tik op de toets [Uit].
  3. 2

    Plaats een origineel en tik op de toets [Voorbeeld]

    Plaats het origineel in de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
    Alle instellingen annuleren:
    Tik op de toets [CA].
  4. 2

    Tik op de toets [Starten kleur] om te beginnen met kopiëren

    Twee of meer sets kopieën maken:
    Tik op de kopieweergavetoets om het aantal kopieën op te geven.

Terug naar begin