GEDETAILLEERDE INSTELLINGEN VOOR ARCHIVERING

Overzicht

Als u de bestandseigenschap, gebruikersnaam, bestandsnaam en locatie van opslagmap instelt, kunt u deze gebruiken bij het zoeken of beheren van opslaggegevens. Ook is het bestand, als de bestandseigenschap is ingesteld op [Vertrouwelijk] en het wachtwoord is ingesteld, beveiligd tegen toegang door anderen.

Eigenschap

U kunt de eigenschap Delen, Beveiligen of Vertrouwelijk instellen voor elk bestand.
Een gebruiker kan een bestand met de eigenschap 'Delen' verwijderen.
Als u een bestand wilt beveiligen tegen per ongeluk verplaatsen of verwijderen of tegen automatische verwijdering van gegevens, stelt u de eigenschap in op 'Beveiligen' of 'Vertrouwelijk'.

Delen Elke gebruiker kan bestanden met de eigenschap 'Delen' weergeven en bewerken.
Beveiligen Nadat 'Beveiligen' is ingesteld, kan het bestand niet worden bewerkt, verplaatst of verwijderd. Er hoeft geen wachtwoord te worden ingesteld. De beveiligde bestanden worden geïdentificeerd aan de hand van 'pictogram' in elke modus.
Vertrouwelijk Bestanden met de status 'Vertrouwelijk' zijn beveiligd met een wachtwoord. De vertrouwelijke bestanden worden geïdentificeerd aan de hand van 'pictogram' in elke modus.
Beperkingen voor het wijzigen van de eigenschap
  • Als bestanden al zijn opgeslagen in de snelmap, kunt u de eigenschap alleen wijzigen in 'Delen' of 'Beveiligen'. U kunt de bestandseigenschap niet wijzigen in 'Vertrouwelijk'. Als u dat wilt doen, moet u het bestand eerst naar de hoofdmap of een aangepaste map verplaatsen en vervolgens de eigenschap wijzigen in 'Vertrouwelijk'.
  • U kunt niet twee of meer eigenschappen instellen voor een enkel bestand.

Bediening

De eigenschap wijzigen

  1. 2

    Tik op het vak [Eigenschap] in het scherm Bestandsinformatie en selecteer 'Delen', 'Beveiligen' of 'Vertrouwelijk'

  2. 2

    Als u [Vertrouwelijk] selecteert, tikt u op het vak [Wachtwoord] om het aanraaktoetsenbord weer te geven en voert u het wachtwoord in (5 tot 32 cijfers)

    Het wachtwoord wordt aangeduid met 'pictogram'.

Een gebruikersnaam opgeven

  1. 2

    Tik op het tekstvak [Gebruikersnaam]

    Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de gebruikersnaam geselecteerd die is gebruikt voor aanmelden. In dat geval kunt u deze stap overslaan.
    U moet eerst de gebruikersnaam opslaan door in 'Instellingsmodus (beheerder)' [Gebruikersbediening][Gebruikerslijst] te selecteren.
  2. 2

    Tik op de gewenste toets voor de gebruikersnaam.

    U kunt ook de gebruiker selecteren door op de toets [Oproepen via gebruikersnummer] te tikken en het gebruikersnummer in te voeren.
    U moet eerst het gebruikersnummer invoeren door in 'Instellingsmodus (beheerder)' [Gebruikersbediening][Gebruikerslijst] te selecteren.
    Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op pictogram.

Een bestand een naam geven

  1. 2

    Tik op het tekstvak [Bestandsnaam] en voer een bestandsnaam in.

    Voer een bestandsnaam in (maximaal 30 tekens).
    Bestandsnaam
    • Als u een bestaande bestandsnaam invoert, worden een tilde (~) en een serienummer toegevoegd aan het einde van de bestandsnaam. Het bestand wordt als apart bestand opgeslagen. De bestandsnaam is niet hoofdlettergevoelig.
      Als het bestand 'test.txt' al bestaat en u de bestandsnaam 'TEST.TXT' opgeeft, wordt het bestand opgeslagen met de naam 'TEST.TXT~1'.
    • Als de lengte van de bestandsnaam de limiet overschrijdt, worden de laatste tekens weggelaten en wordt een serienummer toegevoegd aan het einde van de bestandsnaam.

De opslaglocatie opgeven

  1. 2

    Tik op het tekstvak [Opgeslagen in]

    Als Mijn map is ingesteld, wordt deze automatisch geselecteerd.
  2. 2

    Tik op de toets voor de opslagmap en tik op pictogram

    Als er een wachtwoord is ingesteld voor de map, wordt er een scherm weergegeven voor het invoeren van het wachtwoord. Voer het wachtwoord (5 tot 8 cijfers) in met de cijfertoetsen en tik op pictogram.

PDF-bestand maken voor bladeren op de pc

Stel het selectievakje [PDF maken voor surfen op pc] in op . Er wordt nu een PDF-bestand dat u kunt doorbladeren op een pc gemaakt bij het opslaan van het bestand.
Terug naar begin