INSTELLINGEN VAN EXTERNE APPLICATIES
Instellingen van standaardapplicatie
U kunt standaardapplicatie-instellingen toevoegen en beheren:
Standaardapplicaties toevoegen of bewerken
Wanneer u op de toets [Toevoegen] tikt, wordt het registratiescherm voor standaardapplicaties weergegeven. Er kunnen maximaal 8 netwerkmappen worden geregistreerd.
Als u op de naam van een standaardapplicatie tikt, wordt het registratiescherm voor die standaardapplicatie weergegeven. U kunt de hoofdtekst nu bewerken.
Als u op de naam van een standaardapplicatie tikt, wordt het registratiescherm voor die standaardapplicatie weergegeven. U kunt de hoofdtekst nu bewerken.
Lijst met instellingsitems
| Item | Beschrijving |
|---|---|
| Applicatienaam | Voer een applicatienaam in. |
| Gebruikersinterfaceadres applicatie | Stel een IP-adres in van de applicatie of een netwerknaam om de gebruikersinterface van het apparaat te beheren. |
| Time-out | Voer een time-out in. De standaardinstelling is 20 seconden. |
| Uitbreidingsplatform | Stel deze optie in om het uitbreidingsplatform te gebruiken. |
| Proxyserver gebruiken | Stel deze optie in om de proxyserver te gebruiken. |
| Gegevensgrootte | Stel de schermgrootte van de toepassing op de X- en Y-coördinaten in. |
| Weergave-indeling | Stel het scherm van de toepassing in. |
Standaardapplicaties verwijderen
U kunt een geselecteerde standaardapplicatie verwijderen door het selectievakje voor de standaardapplicatie in te stellen op
en op de toets [Wissen] te tikken.
Instellingen externe accountapplicatie
U kunt een externe accountapplicatie toevoegen en beheren:
Stel de servernaam in waar u de externe accountapplicatie hebt geïnstalleerd.
Terug naar begin
Lijst met instellingsitems
| Item | Beschrijving |
|---|---|
| Extern accountbeheer | Hiermee wordt opgegeven of u de totaliseringfunctie wilt instellen met een externe accountapplicatie. Als deze optie is ingeschakeld, moet u altijd de applicatienaam of het adres van de webservice invoeren. |
| Authenticatieserver instellen (Server 1) | Als de server is ingesteld, is de externe authenticatiemodus geselecteerd. De toegang tot de MFP wordt beheerd door de applicatie die u op deze pagina instelt. Als deze optie is ingeschakeld, moet u altijd de applicatienaam, het gebruikersinterfaceadres van de applicatie of het adres van de webservice voor server 1 invoeren. Als u deze optie niet instelt, wordt de externe totaalmodus geselecteerd. |
| Beeldopdrachtlogboek inschakelen | Dit item wordt weergegeven wanneer u een productcode van de 'Sharp Document Recorder' invoert. |
| Server 1 tot 4 | Selecteer een server om deze in te schakelen. |
| Applicatienaam | Voer een applicatienaam in. |
| Gebruikersinterfaceadres applicatie | Voer de URL van het aanmeldscherm in dat het eerst moet worden weergegeven nadat het apparaat is ingeschakeld. |
| Webserviceadres | Voer de URL in van de server of computer die opdrachten en gebeurtenissen verstuurt via het XML/SOAP-protocol. |
| Time-out | Voer een time-out in. De standaardinstelling is 20 seconden. |