DE SCHERPTE VAN EEN AFBEELDING AANPASSEN (SCHERPTE)
Overzicht
Met deze functie past u de scherpte aan voor een scherpere of zachtere afbeelding.
De scherpte moet worden opgegeven voordat het origineel wordt gescand.Bediening
Tik op de toets [Overige] en vervolgens op de toets [Scherpte]
Tik op
of schuif met de schuifregelaar om de scherpte aan te passenWanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u achtereenvolgens op de toetsen
en [Vorige].

De instelling voor scherpte annuleren:
Tik op de toets [Uit].
Plaats een origineel en tik op de toets [Voorbeeld]
Plaats het origineel in de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
Alle instellingen annuleren:
Tik op de toets [CA].
Tik op de toets [Start] om het kopiëren te starten
Twee of meer sets kopieën maken:
Tik op de kopieweergavetoets om het aantal kopieën op te geven.