AFDRUKGEGEVENS OPSLAAN EN GEBRUIKEN
Overzicht
Met deze functie worden afdrukgegevens op de harde schijf opgenomen in het apparaat en worden de gegevens zo nodig afgedrukt via het aanraakscherm. U kunt een locatie selecteren voor het opslaan van gegevens om te voorkomen dat de gegevens worden gecombineerd met gegevens van andere gebruikers.

Alleen vasthouden
Gegevens worden niet afgedrukt maar alleen opgeslagen op de harde schijf van het apparaat.Vasthouden na afdr.
Gegevens worden afgedrukt en vervolgens opgeslagen op de harde schijf van het apparaat.Voorbeeldafdruk
Als u meerdere sets afdrukt, kunt u in eerste instantie slechts één set afdrukken. Na de inhoud van de eerste set kopieën te hebben gecontroleerd, kunt u de overige sets afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat. Hierdoor wordt voorkomen dat u grote aantallen misdrukken krijgt.
- Zie 'EEN OPGESLAGEN BESTAND AFDRUKKEN' in 'DOCUMENT ARCHIVEREN' voor meer informatie over het afdrukken van bestanden die zijn opgeslagen op de harde schijf van dit apparaat.
- Wanneer u afdrukt vanaf een computer, kunt u een wachtwoord instellen (5 tot 8 cijfers) om de vertrouwelijkheid van informatie in een opgeslagen bestand te waarborgen.
Als een wachtwoord is opgegeven, moet dit wachtwoord worden ingevoerd om de opgeslagen gegevens te kunnen afdrukken vanaf het apparaat.
Bediening
Windows
Klik op het tabblad [Opdrachtverwerking]

Stel het selectievakje [Vasthouden] in op

Selecteer een methode die u wilt gebruiken voor het opslaan van afdrukgegevens met behulp van 'Vasthoudinstellingen'.
Als u het selectievakje [Wachtwoord] instelt op
, kunt u een wachtwoord (5 tot 8 cijfers) invoeren. U kunt geen wachtwoord instellen als u een opslagbestemming opgeeft in stap 4.
Als u het selectievakje [PDF maken voor surfen op pc] instelt op
, wordt een PDF-bestand dat u kunt doorbladeren op een pc gemaakt bij het opslaan van gegevens.
Selecteer een opslaglocatie met behulp van 'Instellingen documentarchivering'
Als u [Aangepaste map] hebt geselecteerd, klikt u op de knop [Opgeslagen in] om de mapnaam te selecteren.
- Als [Snelbestand] wordt geselecteerd, wordt 'Vasthoudinstellingen' ingesteld op [Vasthouden na afdr.]. Het wachtwoord dat is ingevoerd in 'Vasthoudinstellingen' wordt geannuleerd en kan niet worden gebruikt.
- Zo nodig kan de gegevensindeling die wordt gebruikt voor het opslaan van gegevens in het apparaat kan worden geselecteerd. U hebt hierbij de keuze uit CMYK en RGB. Klik op de knop [Compatibiliteit] op het tabblad [Geavanceerd] en selecteer de indeling bij 'Ripindeling'.
- Als u een bestand in een aangepaste map wilt opslaan, moet u eerst de aangepaste map maken via 'Instellingsmodus' → [Systeeminstellingen] → [Beheer Documentarchivering]. Als een wachtwoord is ingesteld voor de map, geeft u bij 'Wachtwoord van map' het wachtwoord voor de map op in het venster voor het selecteren van een opslaglocatie.
- Als u 'Afdrukbeleid' hebt geconfigureerd op het tabblad [Configuratie] om ervoor te zorgen dat de functie voor vasthouden altijd wordt uitgevoerd, kan het selectievakje bij [Vasthouden] niet worden gewist.
- Wanneer uw netwerk IPv6 is, worden de gegevens opgeslagen in de hoofdmap.
Macintosh
Selecteer [Opdrachtverwerking]

Stel het selectievakje [Vasthouden] in op
Selecteer een methode voor het opslaan van afdrukgegevens met behulp van 'Vasthoudinstellingen'.
Nadat u een wachtwoord hebt ingevoerd (5 tot 8 cijfers), klikt u op de knop
om de instelling te vergrendelen. Dit is handig als u de volgende keer hetzelfde wachtwoord wilt opgeven.
Selecteer een opslaglocatie met behulp van 'Instellingen documentarchivering'
Als u [Aangepaste map] hebt geselecteerd, klikt u op de knop [Opgeslagen in] om de mapnaam te selecteren.
- Als [Snelbestand] wordt geselecteerd, wordt 'Vasthoudinstellingen' ingesteld op [Vasthouden na afdr.]. Het wachtwoord dat is ingevoerd in 'Vasthoudinstellingen' wordt geannuleerd en kan niet worden gebruikt.
- Zo nodig kan de gegevensindeling die wordt gebruikt voor het opslaan van gegevens in het apparaat kan worden geselecteerd. U hebt hierbij de keuze uit CMYK en RGB. Klik op [Geavanceerd] in [Afdrukfuncties] en selecteer de indeling bij 'Ripindeling'.
- Als u gegevens in een aangepaste map wilt opslaan, moet u eerst de aangepaste map maken via 'Instellingsmodus' → [Systeeminstellingen] → [Beheer Documentarchivering]. Als een wachtwoord is ingesteld voor de map, geeft u bij 'Wachtwoord van map' het wachtwoord voor de map op in het venster voor het selecteren van een opslaglocatie.
- In Mac OS X 10.5 tot 10.5.8 en 10.6 tot 10.6.8 en v10.7 tot 10.7.2 klikt u op het tabblad [Aangepaste map] als u de instellingen voor documentarchivering in een aangepaste map wilt opslaan.