GESCANDE ORIGINELEN STEMPELEN (VERIFICATIESTEMPEL)
Overzicht
Met deze functie wordt elk origineel dat via de automatische documentinvoereenheid is gescand, gestempeld, zodat u kunt verifiëren dat alle originelen correct zijn gescand.

- De optionele verificatiestempeleenheid moet zijn geïnstalleerd als u de functie Verificatiestempel wilt gebruiken.
- Als er 2-zijdige originelen worden gebruikt, wordt de voorzijde van elk origineel tweemaal gestempeld.
- Als er tijdens het scannen een fout optreedt, kan het gebeuren dat er een origineel wordt gestempeld dat niet is gescand.
- Als de 'O'-markering die op originelen wordt gestempeld vager wordt, vervangt u de verificatiestempelcassette.
Zie 'VERIFICATIESTEMPELCARTRIDGE' voor de procedure voor vervanging van de verificatiestempelcartridge.
Bediening
Originelen plaatsen in de automatische documentinvoereenheid
Voer het faxnummer van de bestemming in
Tik op de toets [Overige] en vervolgens op de toets [Verif. Stempel]
Op het pictogram wordt een vinkje weergegeven.
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op de toets [Vorige].
De verificatiestempelinstellingen annuleren:
Tik op de toets [Verif. Stempel] om het vinkje te wissen.
Tik op de toets [Start] om het scannen van het origineel te starten
Er klinkt een pieptoon om aan te geven dat het scannen en verzenden is voltooid.
Tik op de toets [Voorbeeld] om de uitvoerafbeelding te bekijken voordat u deze verzendt. Nadat u een origineel hebt gescand door op de toets [Voorbeeld] te tikken, tikt u op de toets [Extra scan] om het volgende origineel te scannen. Tik op de toets [Start] om de verzending van een afbeelding te starten.
Zie 'HET UITVOERBEELD VOOR HET VERZENDEN CONTROLEREN' voor meer informatie. Instellingen voor deze functie kunnen echter niet in het voorbeeldscherm worden gewijzigd.
