ONTVANGEN GEGEVENS AUTOMATISCH DOORSTUREN NAAR VASTE BESTEMMINGEN (INSTELLINGEN INKOMENDE ROUTING)

Overzicht

Ontvangen internetfaxen worden automatisch doorgestuurd naar het faxnummer van een bestemming, een internetfaxadres, een e-mailadres, het adres van een bestandsserver, een bureaubladadres of het adres van een netwerkmap.
Ontvangen gegevens kunnen naar de opgegeven bestemmingen worden doorgestuurd zonder te worden afgedrukt.

U kunt heel snel instellen of gegevens voor elke doorstuurtabel al dan niet moeten worden doorgestuurd. Selecteer in 'instellingsmodus' [Toepassingsinstellingen][Instellingen inkomende routing] en tik op [Geldig]/[Ongeldig] in de getoonde doorstuurtabel om de instellingen om te schakelen.
  • Wanneer faxen die met deze functie zijn doorgestuurd op de doorstuurbestemming worden afgedrukt, is het niet mogelijk om de datum en tijd van ontvangst op de faxen af te drukken. 'Ontvangstdatum/-tijd afdrukken' is uitgeschakeld.
  • De ontvangen gegevens worden niet doorgestuurd naar een hyperlinkbestemming die in het opgegeven adres is geregistreerd.

Bediening

  1. Tik in 'Instellingsmodus' op [Toepassingsinstellingen][Instellingen inkomende routing][Beheerinstellingen]

  2. Selecteer [Inschakelen] in 'Inkomende routing' en tik vervolgens op de toets [Indienen]

    Het is mogelijk dat het voor gebruikers zonder beheerderrechten verboden is om doorstuurtabellen in dit scherm op te slaan, te bewerken of te wissen en dat ze niet kunnen opgeven welke tabel wordt gebruikt. Stel hiertoe de selectievakjes voor de volgende items in op .
    • Registreren van doorstuurtabel uitschakelen
    • Wijzigen/verwijderen van doorstuurtabel uitschakelen
    • Wijzigen van doorstuurvoorwaarde uitschakelen
    Geef bij [Instelling Afdrukstijl] op of het apparaat de faxen die worden doorgestuurd, moet afdrukken als inkomende routing is ingeschakeld. Tik nadat het configureren van de instellingen is voltooid, op de toets [Opslaan].
    • [Altijd Afdrukken]: ontvangen gegevens worden altijd afgedrukt voordat deze worden doorgestuurd.
    • [Afdrukken bij fouten]: ontvangen gegevens worden alleen afgedrukt als doorsturen als gevolg van een fout niet mogelijk is.
    • [Alleen opslaan bij fout]: ontvangen gegevens worden alleen opgeslagen als doorsturen als gevolg van een fout niet mogelijk is. Voor de opgeslagen gegevens kan het foutadres worden bevestigd en kunnen de gegevens opnieuw worden verzonden.
  3. Tik op [Registratie van afzendernummer/-adres] in het menu [Instellingen inkomende routing] in 'Instellingsmodus'

  4. Voer het adres of faxnummer van de afzender in bij 'Internetfaxadres' of 'Faxnummer' en tik op de toets [Toevoegen aan lijst]

    Het ingevoerde verzendadres of -nummer zal worden toegevoegd aan de lijst 'In te voeren adres'.
    Voer het adres rechtstreeks in (maximaal 1500 tekens) of selecteer het adres door het te zoeken in een globaal adresboek. U kunt in het globale adresboek naar het gewenste adres zoeken door op de toets [Globaal Adres Zoeken] te tikken.
    Als u adressen of faxnummers van meerdere afzenders wilt opslaan, herhaalt u deze stappen.
    • Als u alleen faxen van opgegeven adressen wilt doorsturen, slaat u de gewenste afzenderadressen op. Afzenderadressen die hier worden opgeslagen, kunnen uit een lijst worden geselecteerd wanneer u een doorstuurtabel opslaat.
    • Er kunnen maximaal 500 afzendernummers/-adressen worden opgeslagen.
    • Als u een ingevoerd adres wilt verwijderen, selecteert u het adres bij 'In te voeren adres' en tikt u op de toets [Wissen].
  5. Wanneer u klaar bent met het toevoegen van adressen tikt u op de toets [Opslaan]

  6. Tik op [Instellingen inkomende routing] in het menu 'Instellingsmodus' en tik op de toets [Toevoegen]

  7. Voer een 'Tabelnaam' in

    Er kunnen maximaal 50 doorstuurtabellen worden opgeslagen.
  8. Selecteer de doorstuurvoorwaarden

    Selecteer Stuur door naar alle doorstuurbestemmingen] of Stuur door gebaseerd op de voorwaarden voor doorstuurbestemmingen 1-3.].
  9. Hiermee selecteert u een ontvangstlijn voor gegevens

    Het apparaat ontvangt de lijn waarvan het selectievakje 'Ontvangstlijn selecteren' is ingeschakeld ().
    Welke lijnen worden weergegeven hangt af van de uitbreidingskit die is geïnstalleerd.
  10. Selecteer de afzender wiens faxen zullen worden doorgestuurd

    • Als u alle ontvangen gegevens wilt doorsturen, selecteert u Alle ontvangen gegevens doorsturen].
    • Als u alleen gegevens die u hebt ontvangen van specifieke afzenders wilt doorsturen, selecteert u [Ontvangen gegevens doorsturen vanaf onder afzender]. Als u alle gegevens wilt doorsturen behalve de gegevens van specifieke afzenders, selecteert u [Ontvangen gegevens doorsturen van zenders behalve onderstaande]. Selecteer vervolgens de afzenders in de lijst en tik op de toets [Toevoegen].
    Wanneer u afzenders selecteert in de lijst 'Instelling voor afzendernummer/-adres' in 'Instellingsmodus (webversie)', kunt u de toets [Shift] of de toets [Ctrl] op het toetsenbord gebruiken om meerdere afzenders te selecteren.
  11. Selecteer de doorstuurvoorwaarden

    • Als u de ontvangen gegevens altijd wilt doorsturen, selecteert u [Altijd doorsturen].
    • Als u een dag en tijd wilt opgeven voor het doorsturen van ontvangen gegevens, selecteert u [Doorsturen op geselecteerde dag & tijd] en schakelt u het selectievakje () van de gewenste dag van de week in. Als u een tijdstip wilt opgeven, schakelt u het selectievakje [Doorstuurtijd instellen] () in en geeft u de tijd op.
    Per doorstuurtabel kunnen maximaal drie dagen en tijden worden ingesteld en per ingestelde tijd kan een bestemming worden ingesteld. Als u deze instellingen wilt configureren, gebruikt u de tabbladen van [Bestemmingenlijst voor doorsturen] om toegang tot elk van de instellingen te krijgen.
  12. Selecteer de bestandsindeling

    De opmaak kan voor elk doorstuuradres apart worden ingesteld (voor elk van de doorstuuradressen 1, 2 en 3 in de tabel).
    • Afbeeldingen die zijn verzonden in TIFF-indeling, worden in sommige ontvangstsituaties mogelijk niet goed weergegeven. Verander in dat geval de bestandsindeling in PDF.
    • Als het Internetfaxadres als een ontvanger is geselecteerd, worden gegevens in TIFF doorgestuurd, ongeacht de opgegeven indeling.
    • Als een faxnummer als ontvanger is geselecteerd, wordt de bestandsindeling genegeerd.
  13. Selecteer de ontvanger in het adresboek

    U kunt meerdere geregistreerde adressen of telefoonnummers uit het adresboek van het apparaat opgeven.
    Er kunnen in totaal maximaal 1.000 ontvangers voor Ontvangers 1, 2 en 3 worden geregistreerd. Wanneer u de ontvangers in het adresboek selecteert, kunnen maximaal 400 ontvangers worden geregistreerd voor Netwerkmap, FTP/Bureaublad, Internetfax en Fax.
  14. Voer een ontvanger rechtstreeks in en geef de ontvanger op

    • Geef deze informatie zo nodig op.
    • Voer een e-mailadres, Internetfaxadres of direct SMTP-adres in of voer rechtstreeks een faxnummer in en tik op de toets [Toevoegen].
    • Wanneer u een e-mailadres of faxnummer opgeeft, kunt u Globaal Adres Zoeken gebruiken.
    • Wanneer u een faxnummer opgeeft, kunt u ook de verzendlijn en de Internationale Correspondentiemodus opgeven.
    • Wanneer u de ontvangers rechtstreeks invoert, kunnen maximaal 100 ontvangers worden geregistreerd voor E-mailadres, Netwerkmap, FTP/Bureaublad, Internetfax en Fax.
  15. Tik op [Opslaan]

  16. Tik op [Instellingen inkomende routing] in 'Instellingsmodus'

  17. Selecteer Stuur door naar alle doorstuurbestemmingen] of Stuur door gebaseerd op de voorwaarden voor doorstuurbestemmingen 1-3.] in de doorstuurtabel

    Deze instellingen zijn gekoppeld aan de doorstuurvoorwaarden die zijn ingesteld in stap 8.
  18. Selecteer [Altijd doorsturen] of [Doorsturen op geselecteerde dag & tijd] uit de doorstuurtabel

    De instellingen voor de doorstuurrechten die hier worden weergegeven, zijn gekoppeld aan de doorstuurvoorwaarden die zijn ingesteld bij stap 11.
    Als u andere voorwaarden met betrekking tot doorsturen wilt gebruiken dan u in stap 11 hebt ingesteld, moet u de doorstuurrechten instellen.
    • Als u de functie voor inkomende routing wilt gebruiken, schakelt u bij de opgeslagen tabellen de doorstuurtabellen in die u wilt gebruiken.
    • Als u een doorstuurtabel wilt verwijderen, klikt u op het selectievakje naast de naam van de tabel zodat deze geselecteerd wordt () en tikt u op [Wissen].
  19. Tik op [Opslaan]

Terug naar begin