NETWERKSCANNERINSTELLINGEN

Onderwerpnaaminstellingen

De onderwerpen die u kunt instellen voor e-mailverzending, worden weergegeven.

Een onderwerp toevoegen of bewerken

Wanneer u op de toets [Toevoegen] tikt, wordt het registratiescherm voor onderwerpen weergegeven. Wanneer u op een onderwerp tikt, wordt het registratiescherm voor dat onderwerp weergegeven. U kunt dit F-codegeheugenvak nu bewerken.

Een onderwerp verwijderen

U kunt een geselecteerd onderwerp verwijderen door het selectievakje rechts van 'Nee' in te stellen op en op de toets [Wissen] te tikken.

Bestandsnaaminstellingen

Een bestandsnaam toevoegen of bewerken

Wanneer u op de toets [Toevoegen] tikt, wordt het registratiescherm voor bestandsnamen weergegeven. Er kunnen maximaal 30 netwerkmappen worden geregistreerd.
Als u op de naam van een bestand tikt, wordt het registratiescherm voor die bestandsnaam weergegeven. U kunt de bestandsnaam nu bewerken.

Een bestandsnaam verwijderen

U kunt een geselecteerde bestandsnaam verwijderen door het selectievakje links van 'Nee' in te stellen op en op de toets [Wissen] te tikken.

Berichtinhoudinstellingen

De hoofdtekst voor berichten die u kunt instellen voor e-mailverzending wordt weergegeven.

De hoofdtekst voor een bericht toevoegen of bewerken

Wanneer u op de toets [Toevoegen] tikt, wordt het registratiescherm voor de hoofdtekst van berichten weergegeven. Er kunnen maximaal 30 netwerkmappen worden geregistreerd.
Als u op een titel van een hoofdtekst van een bericht tikt, wordt het registratiescherm voor die hoofdtekst weergegeven. U kunt dit F-codegeheugenvak nu bewerken.

De hoofdtekst voor een bericht verwijderen

U kunt een geselecteerde hoofdtekst voor een bericht verwijderen door het selectievakje links van 'Nee' in te stellen op en op de toets [Wissen] te tikken.

Beheerinstellingen

U kunt beheerinstellingen met betrekking tot de netwerkscannerfunctie configureren.
Geavanceerde instellingen
Als [Selectie van Reply-to (Antwoord naar) uitschakelen] is ingesteld op , kunt u geen antwoordadres selecteren en wordt de retourbestemming voor zowel 'Apparaatadres' als 'Antwoordadres' gebruikt.
Bestandsnamen
Hiermee voegt u een tekenreeks van het geselecteerde vakje toe aan de bestandsnaam van de gescande beeldgegevens.
  • Wanneer gegevens tweemaal of vaker naar dezelfde bestemming worden verzonden, stelt u [Unieke ID] in op om de eerder verzonden gegevens niet door de nieuwe gegevens te laten overschrijven.
  • Stel bij de verzending van gegevens naar een computer in het buitenland met de internetfaxfunctie de [Naam afzender] in op .
Standaardonderwerp
Voer een onderwerp voor het e-mailbericht in om het met de e-mailverzending van de netwerkscanner mee te verzenden.
Taakinformatie automatisch toevoegen aan kerntekst van e-mailbericht
Wanneer een e-mailbericht wordt verzonden, wordt de opdrachtinformatie automatisch aan de berichttekst toegevoegd.
Automatisch een voetnoot toevoegen aan de inhoud van het e-mailbericht
Wanneer een e-mailbericht wordt verzonden, wordt de voettekst van het bericht automatisch toegevoegd.
E-mailvoetnootregistratie
Voer de tekst in die u wilt afdrukken als berichtvoettekst.
Terug naar begin