DE SCHERPTE VAN EEN AFBEELDING AANPASSEN(SCHERPTE)

Overzicht

Met deze functie past u de scherpte aan voor een scherpere of zachtere afbeelding.

Deze functie kan niet worden gebruikt in de modus Internetfax.

Bediening

  1. Plaats het origineel

    Plaats het origineel in de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
  2. Geef de bestemming op

  3. Tik op de toets [Overige] en op de toets [Scherpte]

  4. Pas de scherpte van het verzendbeeld aan

    Tik op of verplaats de schuifregelaar om het contrast aan te passen.
    Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u achtereenvolgens op de toetsen en [Vorige].

    De instelling voor scherpte annuleren:
    Tik op de toets [Uit].
  5. Tik op de toets [Start] om het scannen van het origineel te starten

    Als u de pagina's van het origineel in de documentinvoerlade hebt geplaatst, worden alle pagina's gescand.
    Als u het origineel op de glasplaat plaatst, wordt elke pagina afzonderlijk gescand.
    Nadat u het laatste origineel hebt gescand, tikt u op de toets [Lezen Klaar].
    Er klinkt een pieptoon om aan te geven dat het scannen en verzenden is voltooid.
    Tik op de toets [Voorbeeld] om de uitvoerafbeelding te bekijken voordat u deze verzendt. Nadat u een origineel hebt gescand door op de toets [Voorbeeld] te tikken, tikt u op de toets [Extra scan] om het volgende origineel te scannen. Tik op de toets [Start] om de verzending van een afbeelding te starten.
    Zie 'HET UITVOERBEELD VOOR HET VERZENDEN CONTROLEREN' voor meer informatie. Instellingen voor deze functie kunnen echter niet in het voorbeeldscherm worden gewijzigd.
Terug naar begin