SERVICE-INSTELLINGEN
Tabblad 'DNS'
Gebruik dit tabblad om DNS-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.DNS-instellingen
Primaire server
Voer het IP-adres van de primaire DNS-server in.Secundaire server
Voer het IP-adres van de secundaire DNS-server in.Time-out
Voer een time-out in. De standaardinstelling is 20 seconden.Deze tijd wordt gebruikt totdat verbinding met de DNS-server is gemaakt volgens de standaardspecificaties.
Domeinnaam
Voer de domeinnaam in waar de geselecteerde DNS-server bestaat.DNS dynamisch bijwerken
Stel deze optie in om de DNS-server automatisch bij te werken.Update-interval
Voer een interval in om de DNS-server bij te werken.Tabblad 'WINS'
Gebruik dit tabblad om WINS-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.WINS-instellingen
Primaire server
Voer het IP-adres van de primaire WINS-server in.Secundaire server
Voer het IP-adres van de secundaire WINS-server in.Bereik-ID
Voer de bereik-ID in.Tabblad 'SMTP'
Gebruik dit tabblad om SMTP-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.SMTP-instellingen
Primaire server
Voer de hostnaam of het IP-adres van de primaire SMTP-server in.Secundaire server
Voer de hostnaam of het IP-adres van de secundaire SMTP-server in.Poortnummer
Voer een poortnummer in. De standaardinstelling is poort 25.Time-out
Voer een time-out in. De standaardinstelling is 20 seconden. Deze waarde wordt gebruikt voor de verbinding met de SMTP-server en voor de verzending van gegevens volgens de e-mailsysteemspecificaties.E-mailantwoordadres
Als de gegevens niet kunnen worden verzonden, kan de server een e-mailbericht retourneren met de melding dat verzending niet heeft plaatsgevonden.Voer een e-mailadres (één adres) in om dergelijke berichten te ontvangen.
Doorgaans wordt het e-mailadres van de systeembeheerder ingevoerd.
SSL inschakelen
AlsDe server moet de opdracht STARTTLS wel ondersteunen.
U kunt SSL-communicatie toestaan door 'Poortnummer' op hetzelfde poortnummer in te stellen als de normale SMTP.
SMTP-authenticatie
AlsAls u de Kerberos-authenticatie gebruikt, stelt u de KDC-server, het poortnummer en de realm op de pagina met instellingen voor de Kerberos-authenticatie in.
Gebruikersnaam
Voer de gebruikersnaam in.Wachtwoord
Voer het wachtwoord in.U kunt het wachtwoord wijzigen door [Wachtwoord wijzigen] in te stellen op
POP voor SMTP
Als- POP3-server: voer de hostnaam of het IP-adres van de secundaire SMTP-server in.
- Poortnummer: voer het POP3-poortnummer in voor POP voor SMTP-communicatie. De standaardinstelling is poort 110.
- POP-authenticatie: als
is ingesteld, wordt het authenticatieprotocol (inclusief APOP) gebruikt voor authenticatie van de POP3-server. - Gebruikersnaam: voer de gebruikersnaam in voor POP voor SMTP-communicatie.
- Wachtwoord: voer het vereiste wachtwoord in voor POP voor SMTP-communicatie. U kunt het wachtwoord wijzigen door [Wachtwoord wijzigen] in te stellen op
. - SSL inschakelen: bij instelling op
wordt de POP over SSL-communicatie of de POP over TLS-communicatie via de opdracht STLS ingeschakeld.
De server moet de POP over SSL-communicatie of de opdracht STLS wel ondersteunen.
U kunt SSL-communicatie toestaan door 'Poortnummer' in te stellen op het poortnummer van de POP over SSL-communicatie.
U kunt POP over TLS-communicatie toestaan door 'Poortnummer' in te stellen op hetzelfde poortnummer als voor de normale POP3-communicatie.
Verbindingstest
Tik op de knop [Uitvoeren] om de verbinding met de SMTP-server te testen.Tabblad 'SNMP'
Gebruik dit tabblad om SNMP-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.SNMP v1-instellingen
SNMP v1-instellingen
Stel deze optie in om de SNMPv1-instellingen te gebruiken.
Toegangsmethode
Stel een toegangsmethode in.GET-community
Voer de naam voor de GET-community in om de apparaatinformatie via SNMP op te halen.SET-community
Voer de naam voor de SET-community in die voor de SNMP-instelling is vereist.Wijzig de SET-community door
TRAP-community
Voer de communitynaam in voor de SNMP TRAP die vanaf het apparaat wordt verstuurd.TRAP-doeladres
Voer het IP-adres van de bestemmingscomputer voor SNMP TRAP-communicatie in.SNMP v3-instellingen
SNMP v3-instellingen
Stel deze optie in om de SNMPv3-instellingen te gebruiken.Gebruikersnaam
Voer de gebruikersnaam in.Authenticatiecode
Voer de authenticatiecode in.Privacycode
Voer de privacycode in.Contextnaam
De contextnaam wordt weergegeven.Tabblad 'Kerberos'
Gebruik dit tabblad om Kerberos-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.Instellingen voor Kerberos-authenticatie
KDC-server
Voer de hostnaam of het IP-adres van de Kerberos-authenticatieserver in.Poortnummer
Voer het poortnummer van de Kerberos-authenticatieserver in. De standaardinstelling is poort 88.Realm
Voer de Kerberos-realm in.Tabblad 'SNTP'
Gebruik dit tabblad om SNTP-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.SNTP-instellingen
SNTP
Stel deze optie in om het SNTP-protocol te gebruiken.SNTP-server
Voer de hostnaam of het IP-adres van de SNTP-server in.Poortnummer
Voer een poortnummer in. De standaardinstelling is poort 123.Time-out
Voer een time-out in. De standaardinstelling is 5 seconden.Synchronisatie-interval
Voer een interval in om de SNTP-server te synchroniseren.Synchroniseren bij starten
Stel deze optie in opNu synchroniseren
Wanneer u hierop tikt, wordt het apparaat gesynchroniseerd met de tijd van de SNTP-server.Tabblad 'mDNS'
Gebruik dit tabblad om mDNS-instellingen te configureren.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING IN- OF UITSCHAKELEN EN HET APPARAAT OPNIEUW OPSTARTEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.