METADATA-INVOER

Metadata-invoer

Als de applicatie-integratiekit is geïnstalleerd, kunt u de metadata beheren die in andere applicaties moeten worden gebruikt.
De opgeslagen metadata worden op de pagina met metadata weergegeven. U kunt een metadataset toevoegen of een opgeslagen metadataset bewerken.
U kunt de metadataverzending inschakelen door [Inschakelen] te selecteren bij [Metadatainvoer]. Als [Uitschakelen] is geselecteerd, is de metadataverzending uitgeschakeld.

Metadatasets opslaan en bewerken

Wanneer u op de toets [Toevoegen] tikt, wordt het registratiescherm voor metadatasets tekst weergegeven. Er kunnen maximaal 10 netwerkmappen worden geregistreerd.
Als u op de naam van een metadataset tikt, wordt het registratiescherm voor deze metadataset weergegeven. U kunt de set nu bewerken.
Lijst met instellingsitems
Item Beschrijving
Naam metadataset Voer een naam voor de metadata in.
Bestemming metadataverzending Selecteer een bestemming waar u het beeld en het metadatabestand naartoe wilt verzenden.
Aangepaste bestandsnamen toestaan Schakel deze optie in of uit om de naam van het afbeeldingsbestand en het XML-bestand te bewerken dat door de metadataverzendopdracht moet worden verzonden.
Adrestype voor metadata-invoer Stel de te gebruiken bestemmingsinformatie in voor metadataverzending.
Naam Voer een metadatanaam in voor weergave op het aanraakpaneel.
XML-tagnaam Voer een XML-tagnaam in die in de metadataset moet worden opgenomen.
Invoertype
  • Directe invoer: hiermee kunt u metadata via het softwaretoetsenbord of de cijfertoetsen rechtstreeks invoeren.
  • Metadatalijst: hiermee kunt u metadata selecteren in een lijst met eerder ingevoerde gegevens. U moet optionele waarden voor de selectie van metadata invoeren in het invoergebied. De ingevoerde waarden moeten met een komma of puntkomma van elkaar worden gescheiden. Elke optie kan uit maximaal 70 tekens bestaan.
  • Eerste invoer standaard: hiermee wordt een standaardwaarde gebruikt als de eerste waarde voor de lijst met ingevoerde metadata.
Metadata automatisch uitbreiden Als het apparaat metadata automatisch genereert, worden 'metadataSetName', 'userLoginId' (als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt), 'pageSize' en 'imageMode' aan de metadata toegevoegd.
Gebruiken als standaard De huidige metadataset wordt als standaardwaarde ingesteld.

Metadatasets verwijderen

U kunt een geselecteerde metadataset verwijderen door het selectievakje in te stellen op en op de toets [Wissen] te tikken.
Terug naar begin