PRINTERPROBLEMEN
Overzicht
Als u niet in staat bent een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, drukt u op de toets [Aan] en zet u de hoofdschakelaar in de stand '
'. Wacht ten minste 10 seconden en zet dan de hoofdschakelaar in de stand '
'. Wanneer de knipperende Aan-indicator groen brandt, drukt u op de toets [Aan].
Als de achtergrondkleur van de opdrachtstatusweergave in de rechterbovenhoek van het aanraakscherm niet grijs is, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen en de stekker niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data.| Probleem | Controleer | Oplossing |
|---|---|---|
ER WORDT NIET AFGEDRUKT |
Is uw pc juist aangesloten op het apparaat? | Controleer of de kabel stevig is aangesloten op de LAN-aansluiting of de USB-poort van uw pc en het apparaat. Als uw computer met een netwerk is verbonden, moet u ook controleren of de LAN-kabel stevig is aangesloten op de hub. |
| Is het apparaat verbonden met hetzelfde netwerk (LAN, enzovoort) als uw pc? | Het apparaat moet met hetzelfde netwerk zijn verbonden als uw pc. Als u niet weet met welk netwerk het apparaat is verbonden, moet u dit aan de netwerkbeheerder vragen. |
|
| Is het juiste IP-adres geselecteerd? (Windows) |
Controleer de instellingen van het IP-adres. Als het apparaat geen permanent IP-adres heeft (het apparaat ontvangt een IP-adres van een DHCP-server), kan er niet worden afgedrukt als het IP-adres verandert. U kunt het IP-adres van dit apparaat controleren door 'Instellingsmodus' te selecteren → [Systeeminstellingen] → [Lijst Alle Gebruikersinstellingen] en de instelling af te drukken. Als het IP-adres is gewijzigd, moet u de poortinstelling in de printerdriver aanpassen. => 'Instellingsmodus' → [Systeeminstellingen] → [Lijst afdrukken (gebruiker)] → [Lijst Alle Gebruikersinstellingen]. Zie ook de handleiding voor software-installatie. Als het IP-adres regelmatig verandert, wordt geadviseerd een permanent IP-adres toe te wijzen aan het apparaat. => 'Instellingsmodus (beheerder)' → [Netwerkinstellingen] |
|
| Gebruikt u een printerpoort die is aangemaakt met de standaard-TCP/IP-poort? (Windows Vista/Server 2008/7) |
Controleer de pc-instellingen. Wanneer een poort wordt gebruikt die is aangemaakt met de standaard-TCP/IP-poort in Windows en het selectievakje [SNMP-status ingeschakeld] is Zie ook de handleiding voor software-installatie. |
|
| Verkeert uw computer in een onstabiele staat? | Start de computer opnieuw op. Afdrukken is soms niet mogelijk wanneer u meerdere applicaties tegelijk hebt geopend of wanneer er onvoldoende geheugen of ruimte op de harde schijf is. Start uw computer opnieuw op. |
|
| Is het apparaat correct opgegeven in de applicatie die u voor afdrukken gebruikt? | Controleer of de printerdriver voor het apparaat is geselecteerd in het afdrukvenster van de applicatie. Als de printerdriver voor het apparaat niet in de lijst van beschikbare printerdrivers staat, is deze mogelijk niet correct geïnstalleerd. Verwijder de printerdriver en installeer deze opnieuw. Zie ook de handleiding voor software-installatie. |
|
| Werken de netwerkapparaten naar behoren? | Controleer of de routers en andere netwerkapparatuur naar behoren functioneren. Als een apparaat niet is ingeschakeld of een foutmelding geeft, zie dan de handleiding van het apparaat om het probleem te herstellen. |
|
| Is de instelling 'I/O-Time-Out' te kort? | Controleer dit bij uw beheerder. Als de instelling 'I/O-Time-Out' te kort is, kunnen fouten optreden bij het schrijven naar de printer. Vraag de beheerder van het apparaat een geschikte tijd in te stellen bij [I/O-Time-Out]. => 'Instellingsmodus (beheerder)' → [Systeeminstellingen] → [Printerinstellingen] → [Interface-instellingen] → [I/O-Time-Out] |
|
| Is een kennisgevingspagina afgedrukt? | Controleer de kennisgevingspagina. Een kennisgevingspagina wordt afgedrukt om de oorzaak van het probleem aan te geven als een afdrukopdracht niet kan worden uitgevoerd zoals opgegeven en de oorzaak niet in het scherm wordt weergegeven. Lees de afgedrukte pagina en voer de relevante stappen uit. Een kennisgevingspagina wordt bijvoorbeeld in de volgende situaties afgedrukt.
|
|
| Zijn er functies die door de beheerder zijn uitgeschakeld? | Controleer dit bij uw beheerder. Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, wordt het gebruik van functies mogelijk beperkt door uw gebruikersinstellingen. |
|
ER WORDT NIET 2-ZIJDIG AFGEDRUKT |
Geeft de papiertype-instelling van de geselecteerde lade een papiertype aan dat niet kan worden gebruikt voor 2-zijdig afdrukken? | Controleer 'Lade-Instellingen' in de instellingsmodus. Als het selectievakje [Duplex Uitschakelen] op => 'Instellingsmodus' [Systeeminstellingen] → [Papiertyperegistratie] |
| Gebruikt u een speciaal formaat of een speciaal type papier? | Zie 'SPECIFICATIES' in de 'Beknoptebedieningshandleiding' voor de papiertypen en -formaten die voor 2-zijdig afdrukken kunnen worden gebruikt. | |
| Zijn er functies die door de beheerder zijn uitgeschakeld? | Sommige functies zijn mogelijk uitgeschakeld in de instellingsmodus. Controleer dit bij uw beheerder. Als gebruikersauthenticatie is ingeschakeld, wordt het gebruik van functies mogelijk beperkt door uw gebruikersinstellingen. Controleer dit bij uw beheerder. |
|
HET IS NIET MOGELIJK EEN BESTAND IN EEN GEDEELDE MAP OP EEN COMPUTER RECHTSTREEKS AF TE DRUKKEN |
Is [IPsec-instellingen] ingeschakeld op het apparaat? | Controleer dit bij uw beheerder. Wanneer [IPsec-instellingen] is ingeschakeld in de instellingsmodus, kunnen bestanden in een gedeelde map mogelijk niet rechtstreeks worden afgedrukt in uw pc-omgeving. => 'Instellingsmodus (beheerder)' → [Beveiligingsinstellingen] → [IPsec-instellingen] |
EEN LADE, AFWERKINGSEENHEID OF ANDERE RANDAPPARATUUR VAN HET APPARAAT KAN NIET WORDEN GEBRUIKT |
Is de randapparatuur die is aangesloten op het apparaat, geconfigureerd in de printerdriver? | Open het dialoogvenster met printereigenschappen en klik op de toets [Automatische configuratie] op het tabblad [Opties]. (Windows) Raadpleeg de Handleiding software-installatie als de automatische configuratie niet kan worden uitgevoerd. |
DE AFBEELDING IS KORRELIG |
Zijn de instellingen van de printerdriver geschikt voor deze afdrukopdracht? | Controleer de instellingen van de printerdriver. Stel de afdrukmodus in de afdrukinstellingen in op [Normaal], [Hoge kwaliteit] of [Ultrafijn]. Als u een zeer scherpe afdruk wilt, selecteert u [Ultrafijn]. Windows: de resolutie-instelling wordt geselecteerd op het tabblad [Geavanceerd] van het eigenschappenvenster van de printerdriver. Macintosh: selecteer de resolutie in het menu [Geavanceerd 1] van het afdrukvenster. |
DE AFBEELDING IS TE LICHT OF TE DONKER |
Moet de afdruk (vooral in geval van een foto) worden gecorrigeerd? (Windows) |
Controleer de instellingen van de printerdriver. U kunt de helderheid en het contrast aanpassen met [Instellingen kleurafstelling] op het tabblad Geavanceerd] van de printerdriver. Gebruik deze instellingen voor eenvoudige correcties, bijvoorbeeld wanneer geen beeldbewerkingssoftware op uw computer is geïnstalleerd. |
DEEL VAN DE AFBEELDING IS AFGESNEDEN |
Komt het papierformaat dat is opgegeven door de afdrukopdracht, overeen met het papier in de lade? | Zorg dat het ingestelde papierformaat overeenkomt met het formaat van het papier in de lade. Windows: de instelling wordt geselecteerd op het tabblad [Papierformaat] van de printerdriver. Als [Aanpassen aan pagina] is geselecteerd, controleert u het papier in de lade en het ingestelde papierformaat. Macintosh: de instelling wordt geselecteerd in het menu [Pagina-instelling]. |
| Is de afdrukstand (staand of liggend) correct? | Pas de afdrukstand aan de afbeelding aan. Windows: de instelling wordt geselecteerd op het tabblad [Hoofd] van de printerdriver. Macintosh: de instelling wordt geselecteerd in het menu [Pagina-instelling]. |
|
| Zijn de marges correct ingesteld in de opmaakinstellingen van de applicatie? | Zijn de marges correct ingesteld in de opmaakinstellingen van de applicatie? Als de rand van de afbeelding uitsteekt buiten het afdrukbare gebied van het apparaat, wordt de rand mogelijk afgesneden. |
|
DE AFBEELDING WORDT 180 GRADEN GEDRAAID WEERGEGEVEN |
Gebruikt u een papiertype (tabpapier, geperforeerd papier, enzovoort) dat alleen in een vaste richting kan worden geladen? | Als het afbeeldingsformaat en het papierformaat gelijk zijn maar de afdrukstand verschilt, wordt de afdrukstand van de afbeelding automatisch gedraaid en aangepast aan het papier. Als het papier echter alleen in een vaste richting kan worden geladen, wordt de afbeelding mogelijk ondersteboven afgedrukt. In dat geval moet u de afbeelding 180 graden draaien voor het afdrukken. Windows: de instelling wordt geselecteerd op het tabblad [Hoofd] van de printerdriver. Macintosh: de instelling wordt geselecteerd in het menu [Pagina-instelling]. (Alleen horizontaal) |
| Is de juiste inbindpositie geselecteerd voor 2-zijdig afdrukken? | Hiermee wordt de nietpositie correct ingesteld. Als 2-zijdig afdrukken wordt uitgevoerd, kan elke pagina ondersteboven worden afgedrukt afhankelijk van de instelling van de nietpositie. Windows: de instelling wordt geselecteerd op het tabblad [Hoofd] van de printerdriver. Macintosh: de instelling staat in het menu [Lay-out] van het afdrukvenster. |
|
ER WORDEN VEEL ONLEESBARE TEKENS AFGEDRUKT |
Verkeert uw computer of het apparaat in een onstabiele staat? | Annuleer het afdrukken, start de pc en het apparaat opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken. Als het geheugen of de harde schijf van uw pc nog maar weinig ruimte beschikbaar heeft, of als er veel opdrachten in de wachtrij van het apparaat staan en slechts weinig geheugen resteert, wordt tekst mogelijk afgedrukt als onleesbare tekens. Het afdrukken annuleren: Windows: dubbelklik op het printerpictogram rechts onder in de taakbalk, open het menu [Printer] en klik op [Alle documenten annuleren] (of [Printertaken verwijderen]). Macintosh: dubbelklik op de naam van het apparaat in de printerlijst, selecteer de opdracht die u wilt annuleren en verwijder deze. Op het apparaat: tik op de opdrachtstatusweergave op het bedieningspaneel, tik op het tabblad [Afdrukken] om het scherm te wijzigen, tik op de toets van de afdrukopdracht die u wilt verwijderen en tik vervolgens op de toets [Stoppen/Verwijderen]. Er wordt een bericht getoond ter bevestiging van het annuleren. Tik op de toets [Annuleren]. Als sommige tekens nog steeds onleesbaar worden afgedrukt nadat u opnieuw hebt opgestart, vraagt u uw beheerder om de time-outinstelling [I/O-Time-Out] in de instellingsmodus te verlengen. => 'Instellingsmodus (beheerder)' → [Systeeminstellingen] → [Printerinstellingen] → [Interface-instellingen] → [I/O-Time-Out]. Als nog steeds onleesbare tekens worden afgedrukt nadat u bovengenoemde maatregelen hebt genomen, moet u de printerdriver verwijderen en opnieuw installeren. |