BEDIENINGSPANEEL
In dit gedeelte worden de namen en functies van de verschillende onderdelen van het bedieningspaneel beschreven.
Aanraakscherm
Op het aanraakscherm worden meldingen en toetsen weergegeven.
Bedien het apparaat door direct op de weergegeven toetsen te tikken.
- AANRAAKTYPEN
Op het aanraakscherm worden meldingen en toetsen weergegeven.
Bedien het apparaat door direct op de weergegeven toetsen te tikken.
- AANRAAKTYPEN
Aan-indicator
Deze indicator gaat branden als de hoofdschakelaar van het apparaat in de stand '
' staat.
Knippert groen als de toets [Aan] niet onmiddellijk wordt ingeschakeld nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
Knippert groen tijdens de ontvangst van afdrukgegevens.
- DE VOEDING INSCHAKELEN
Deze indicator gaat branden als de hoofdschakelaar van het apparaat in de stand '
Knippert groen als de toets [Aan] niet onmiddellijk wordt ingeschakeld nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
Knippert groen tijdens de ontvangst van afdrukgegevens.
- DE VOEDING INSCHAKELEN
Toets [Aan]
Druk op deze toets om de voeding van het apparaat in of uit te schakelen.
- DE VOEDING INSCHAKELEN
Druk op deze toets om de voeding van het apparaat in of uit te schakelen.
- DE VOEDING INSCHAKELEN
Knop/indicator [Spaarstand]
Gebruik deze knop om de modus Timer voor automatisch uitschakelen van het apparaat in te schakelen en energie te besparen.
De toets [Spaarstand] knippert wanneer de modus Timer voor automatisch uitschakelen van het apparaat is ingeschakeld.
- TIMER VOOR AUTOMATISCH UITSCHAKELEN
Gebruik deze knop om de modus Timer voor automatisch uitschakelen van het apparaat in te schakelen en energie te besparen.
De toets [Spaarstand] knippert wanneer de modus Timer voor automatisch uitschakelen van het apparaat is ingeschakeld.
- TIMER VOOR AUTOMATISCH UITSCHAKELEN
Toets [Beginscherm]Raak de toets [Beginscherm] aan met uw vinger.
Als u een pen of ander hulpmiddel gebruikt om de toets aan te raken, werkt de toets mogelijk niet goed.
Sierraden en andere accessoires kunnen storingen veroorzaken.