AUTHENTICATIE OP BASIS VAN GEBRUIKERSNAAM EN WACHTWOORD
Overzicht
Met deze methode kunnen gebruikers zich aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord dat zij van de beheerder van het apparaat of de beheerder van de LDAP-serverhebben ontvangen.
Bij het opstarten van het apparaat wordt het aanmeldscherm weergegeven.
Bij het opstarten van het apparaat wordt het aanmeldscherm weergegeven.
Bij authenticatie op basis van gebruikersnaam en wachtwoord
Als LDAP-authenticatie wordt gebruikt, kunnen andere items op het scherm worden weergegeven.
Als LDAP-authenticatie wordt gebruikt, kunnen andere items op het scherm worden weergegeven.
Als driemaal achtereen een onjuiste gebruikersnaam of een onjuist wachtwoord wordt ingevoerd:
Als 'Waarschuwing wanneer aanmelden mislukt' is ingeschakeld in de systeeminstellingen, wordt het apparaat gedurende vijf minuten geblokkeerd wanneer driemaal achtereen een onjuiste gebruikersnaam of onjuist wachtwoord wordt ingevoerd.Neem contact op met de beheerder van het apparaat om de gebruikersnaam/het wachtwoord te controleren dat aan u is toegekend.
- De vergrendeling van het bedieningspaneel opheffen:Selecteer in de instellingsmodus (webversie) [Gebruikersbediening] → [Standaardinstellingen] om de vergrendeling te verwijderen.
- [Waarschuwing wanneer aanmelden mislukt] instellen:Selecteer in de instellingsmodus [Gebruikersbediening] → [Standaardinstellingen] → [Waarschuwing wanneer aanmelden mislukt].
Wanneer LDAP-authenticatie wordt gebruikt, kan de toets [E-mailadres] worden weergegeven, afhankelijk van de authenticatiemethode. Tik op het tekstvak [E-mailadres] en voer uw e-mailadres in.
Een gebruikersnaam opslaan:
Selecteer in de instellingsmodus [Gebruikersbediening] → [Gebruikerslijst].Registreer ook uitgebreide informatie zoals de gebruikersnaam, het gebruikersnummer en het wachtwoord. Neem contact op met de beheerder van het apparaat voor de informatie die u nodig hebt om het apparaat te gebruiken.
Bediening
Voer de gebruikersnaam in.
Invoeren via het aanraaktoetsenbord
Als de gebruikersnaam niet in de instellingsmodus is geregistreerd, moet een gebruiker die alleen LDAP-authenticatie gebruikt op het tekstvak [Gebruikersnaam] tikken en zijn/haar gebruikersnaam invoeren via het aanraaktoetsenbord.
Als het externe toetsenbord is geïnstalleerd, dan kan de tekst met het externe toetsenbord worden ingevoerd.
Uit een lijst selecteren
Tik op de toets [Selecteer uit lijst] en selecteer een gebruikersnaam in het scherm Gebruikerslijst.
Als de gebruikersnaam niet in de instellingsmodus is geregistreerd, moet een gebruiker die alleen LDAP-authenticatie gebruikt op het tekstvak [Gebruikersnaam] tikken en zijn/haar gebruikersnaam invoeren via het aanraaktoetsenbord.
Als het externe toetsenbord is geïnstalleerd, dan kan de tekst met het externe toetsenbord worden ingevoerd.
Uit een lijst selecteren
Tik op de toets [Selecteer uit lijst] en selecteer een gebruikersnaam in het scherm Gebruikerslijst.
LDAP-authenticatie wordt gebruikt wanneer de beheerder van de server LDAP-services via het LAN (lokale netwerk) aanbiedt.
Voer het wachtwoord in.
Voer het wachtwoord in op het aanraaktoetsenbord.
Als het externe toetsenbord is geïnstalleerd, dan kan de tekst met het externe toetsenbord worden ingevoerd.
Als u zich aanmeldt bij een LDAP-server, voert u het wachtwoord in dat is geregistreerd voor de gebruikersnaam voor de LDAP-server.
Elk teken dat u invoert, wordt weergegeven als '
'. Nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd, tikt u op de toets [OK].
Als de authenticatie plaatsvindt via de LDAP-server en er onder 'Gebruikerslijst' en op de LDAP-server verschillende wachtwoorden voor u zijn geregistreerd, gebruikt u het wachtwoord dat is opgeslagen op de LDAP-server.
Als het externe toetsenbord is geïnstalleerd, dan kan de tekst met het externe toetsenbord worden ingevoerd.
Als u zich aanmeldt bij een LDAP-server, voert u het wachtwoord in dat is geregistreerd voor de gebruikersnaam voor de LDAP-server.
Elk teken dat u invoert, wordt weergegeven als '
Als de authenticatie plaatsvindt via de LDAP-server en er onder 'Gebruikerslijst' en op de LDAP-server verschillende wachtwoorden voor u zijn geregistreerd, gebruikt u het wachtwoord dat is opgeslagen op de LDAP-server.
Een gebruikersnaam en wachtwoord laten registreren:
Selecteer in de instellingsmodus [Gebruikersbediening] → [Gebruikerslijst].
Wijzig zo nodig de informatie voor [Authenticeren tot:] bij het registreren van de LDAP-server.
- Wanneer u selecteert in het scherm Gebruikerslijst:
- De LDAP-server waarmee u verbinding maakt, is bij de registratie van uw gebruikersgegevens geregistreerd. Wanneer de gebruikersnaam is geselecteerd, wordt dan ook de doelserver weergegeven waarnaar de authenticatie wordt verwezen.
Ga naar stap 3. - Wanneer u het wachtwoord via het aanraaktoetsenbord invoert:
- Tik op de toets [Authenticeren tot:] en selecteer de LDAP-server om u aan te melden.
Tik op de toets [OK].
Wanneer de ingevoerde gebruikersnaam en het wachtwoord zijn geauthenticeerd, wordt het resterend aantal pagina's weergegeven dat de gebruiker kan kopiëren of scannen.
Wanneer een limiet is ingesteld voor het aantal pagina's dat een gebruiker kan gebruiken, wordt het gebruikte aantal pagina's van de aangemelde gebruiker weergegeven.
- Een limiet voor het aantal pagina's voor een gebruiker instellen:Selecteer in de instellingsmodus [Gebruikersbediening] → [Lijst van paginalimietgroepen].
- Het aantal te gebruiken pagina's na het aanmelden verbergen:Schakel in de instellingsmodus [Gebruikersbediening] → [Standaardinstellingen] → [Gebruiksstatus weergeven na aanmelden] uit.
- De weergavetijd van mededelingen wijzigen:Selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Bedieningsinstellingen] → [Mededelingentijd instellen].
Als u klaar bent met het gebruik van het apparaat en u zich wilt afmelden, tikt u op de toets [Afmelden].