HANDMATIGE FACTORSELECTIE
Overzicht
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een kopieerfactor kunt opgeven voor een kopie op papier van een ander formaat dan het origineel of hoe u het afbeeldingsformaat kunt wijzigen voor het kopiëren.
U kunt de volgende drie methoden gebruiken om de kopieerfactor op te geven.
U kunt de volgende drie methoden gebruiken om de kopieerfactor op te geven.
- De vaste-factortoets gebruiken
Geef een willekeurige factor op door de vaste-factortoets (de waarden voor de vergroot- en verkleinfactor zijn vooraf geregistreerd tussen de vaak gebruikte standaardformaten) te combineren met de zoomtoets, waarmee u de factor met stappen van 1% kunt aanpassen:
.
Aan de vaste factortoetsen kunt u tot twee factorwaarden toevoegen, respectievelijk voor verkleinen en vergroten.
- Het papierformaat opgeven
Geef het papierformaat van het origineel en de uitvoer op om automatisch de juiste factor te verkrijgen.
- De afmetingen van de afbeelding opgeven
Geef het beeldformaat van het origineel en de uitvoer op om automatisch de juiste factor te verkrijgen.
Als u een kopie wilt maken met dezelfde factor tussen verticale en horizontale formaten, voert u één van de verticale en horizontale formaten in.
Wanneer u de automatische documentinvoereenheid gebruikt, ligt het bereik zowel voor de verticale als voor de horizontale kopieerfactor tussen 25% en 200%.
De kopieerfactor terugzetten naar 100%:Tik op de toets [Kopieerfactor] om het factormenu te tonen en tik vervolgens op de toets [100%].
Een willekeurige factor toevoegen als vaste factor:
Selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Kopieerinstellingen] → [Kopieerinstelling] → [Extra vaste-kopieerfactoren toevoegen of veranderen]. Als u de toegevoegde vaste factorwaarden wilt ophalen, tikt u op de toets [Andere factor].
Bediening
De vaste-factortoets gebruiken
Tik op de toets [Kopieerfactor].
Tik op de vaste-factortoets of op de toets
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op
.
Controleer of een geschikt papierformaat voor de factor is geselecteerd.

- Er zijn twee schermen voor instellingen. Met de toets [Andere factor] wisselt u tussen deze schermen.
-
Als u het gebied snel wilt instellen, geeft u eerst met de cijfertoetsen een waarde op die dicht bij de gewenste waarde ligt en past u deze vervolgens aan met
.
- Aan de vaste factortoetsen kunt u tot twee veelgebruikte factorwaarden toevoegen, respectievelijk voor vergroten en verkleinen.
- Als u op de toets [Kleiner] in het actiescherm tikt, wordt de factor lager ingesteld dan de factor die is opgegeven bij 3%.
Het papierformaat opgeven
Tik op de toets [Kopieerfactor].
Tik op de toets [op papier] op het tabblad [Zoom].

Geef het origineelformaat (papierformaat van het geladen origineel) en het kopieformaat (papierformaat van het uitvoerresultaat) op.
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op
.
Controleer of de instellingen de gewenste resultaten opleveren in het voorbeeldscherm.

Alle instellingen annuleren:
Tik op de toets [CA].
De afmetingen van de afbeelding opgeven
Tik op de toets [Kopieerfactor].
Tik op de toets [op formaat] op het tabblad [Zoom].

Geef het beeldformaat (afmetingen van de afbeelding die u wilt vergroten of verkleinen) en het uitvoerformaat (afmetingen van de vergrote of verkleinde afbeelding) op.
Tik op het gebied van beeldformaat en uitvoerformaat en voer het formaat met de cijfertoetsen in.
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op
.
Wanneer u klaar bent met het invoeren van de instellingen, tikt u op
Controleer of de instellingen de gewenste resultaten opleveren in het voorbeeldscherm.

- Als u een onjuist formaat hebt ingevoerd:Tik op de toets [C] en voer het juiste formaat in.
- Alle instellingen annuleren:Tik op de toets [CA].