AFDRUKKEN IN EEN WINDOWS-OMGEVING

Overzicht

  • Het menu dat wordt gebruikt om af te drukken, kan per applicatie variëren.
  • De knop die wordt gebruikt om het eigenschappenvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschappen] of [Afdrukinstellingen]), kan per toepassing variëren.
  • De apparaatnaam die wordt weergegeven in het menu [Printer], is normaalgesproken [MX-xxxx]. ('xxxx' is een reeks tekens die per model van het apparaat varieert.)

Bediening

Aan de hand van het volgende voorbeeld wordt uitgelegd hoe u een document kunt afdrukken vanuit 'WordPad', een standaardapplicatie van Windows.
Klik op van WordPad en selecteer [Afdrukken].
Selecteer in Windows XP/Server 2003/Vista [Afdrukken] in het menu [Bestand]. .
Selecteer de printerdriver voor het apparaat en klik op de knop [Voorkeuren].
Als de printerdrivers worden weergegeven in een lijst, selecteert u de naam van de gewenste printerdriver in die lijst.
Klik op een tabblad in het dialoogvenster "Afdrukken" om de instellingen op dat tabblad te wijzigen.
Klik op het tabblad [Papier] en selecteer het gewenste formaat.
  • Zorg dat het papierformaat gelijk is aan het ingestelde papierformaat in de applicatie.
  • U kunt maximaal zeven door de gebruiker gedefinieerde formaten vastleggen in het vervolgkeuzemenu. U kunt een paperformaat opslaan door [Aangepast papier] of een van de opties [Gebruiker 1] tot en met [Gebruiker 7] in het vervolgmenu te selecteren en op de toets [Aangepast] te klikken.
  • Als u instellingen op andere tabbladen wilt selecteren, klikt u op het gewenste tabblad en selecteert u vervolgens de instellingen.
Klik op de knop [OK] om af te drukken.
Terug naar begin