AFDRUKKEN IN EEN MACINTOSH-OMGEVING (ALS GEBRUIKERSAUTHENTICATIE WORDT GEBRUIKT)
Overzicht
De gebruikersinformatie (zoals gebruikersnaam en wachtwoord) die moet worden ingevoerd, varieert naargelang de gebruikte authenticatiemethode. U moet dan ook contact opnemen met de beheerder van het apparaat voordat u gaat afdrukken.
- Het menu dat wordt gebruikt om af te drukken, kan per applicatie variëren.
- De apparaatnaam die wordt weergegeven in het menu 'Printer', is normaalgesproken [SCxxxxxx]. ('xxxxxx' is een reeks tekens die per model van het apparaat varieert.)
- Wanneer zwart-wit afdrukken is ingesteld in de printerdriver, kan worden afgedrukt zonder gebruikersinformatie in te voeren.
Zie 'Zwart-wit afdrukken' voor informatie over de benodigde afdrukinstellingen.
Het aantal afgedrukte pagina's wordt opgeteld bij de telling van 'Andere gebruiker'. In dit geval gelden voor andere afdrukfuncties mogelijk beperkingen. Vraag uw beheerder om meer informatie.
Voorkomen dat gebruikers wier gebruikersinformatie niet op het apparaat is opgeslagen, afdrukopdrachten uitvoeren:
Selecteer in de instellingsmodus de opties [Gebruikersbediening] → [Standaardinstellingen] → [Afdrukken door ongeldige gebruiker uitschakelen].
Bediening
Selecteer in de applicatie [Druk af] in het menu [Archief]. Controleer of de printernaam van het apparaat is geselecteerd.
Selecteer [Opdrachtverwerking] en voer uw gebruikersinformatie in.
- Wanneer authenticatie wordt uitgevoerd via gebruikersnaam/wachtwoord, voert u uw gebruikersnaam in bij 'Gebruikersnaam' en uw wachtwoord (1 tot 32 tekens) bij 'Wachtwoord'.
- Wanneer authenticatie wordt uitgevoerd via gebruikersnummer, voert u uw gebruikersnummer in bij 'Gebruikersnummer' (5 tot 8 cijfers).
- In Mac OS X 10.5, 10.6, v10.7, en 10.8, selecteert u [Opdrachtverwerking] en klikt u op het tabblad [Aanmelden].
Voer zo nodig de gebruikersnaam en opdrachtnaam in.
- Voer uw gebruikersnaam in (maximaal 32 tekens). De door u ingevoerde gebruikersnaam wordt in het aanraakscherm van het apparaat weergegeven. Als u geen gebruikersnaam invoert, wordt de aanmeldnaam van uw pc weergegeven.
- Voer een opdrachtnaam in (maximaal 32 tekens). De door u ingevoerde opdrachtnaam wordt als bestandsnaam in het aanraakscherm van het apparaat weergegeven. Als u geen opdrachtnaam invoert, wordt de ingestelde bestandsnaam uit de applicatie weergegeven.



Klik op de knop [Druk af].
In Mac OS X kunt u klikken op de (vergrendel)toets