KLEURINSTELLINGEN AFSTEMMEN OP HET AFBEELDINGSTYPE(GEAVANCEERDE KLEURINSTELLINGEN)

Overzicht

De printerdriver biedt diverse standaardkleurinstellingen voor verschillende toepassingen. Hierdoor kunt u afdrukken met de meest geschikte kleurinstellingen voor het type kleurenafbeelding.
Geavanceerde kleurinstellingen, zoals de kleurbeheerinstellingen en de filterinstelling waarmee de weergave van tinten wordt aangepast, zijn ook beschikbaar voor het afdrukken van kleurenafbeeldingen.
De volgende kleurbeheerinstellingen zijn beschikbaar.
Windows ICM*1: Kleurbeheermethode in een Windows-omgeving
  
ColourSync: Kleurbeheermethode in een Macintosh-omgeving
  
Bronprofiel: Hiermee selecteert u een kleurprofiel waarmee afbeeldingen worden weergegeven op het scherm van de pc.
  
Omzettingsdoel: Standaardwaarde die wordt gebruikt bij het omzetten van de kleurbalans van de afbeelding die wordt getoond op het computerscherm naar een kleurbalans die het apparaat kan afdrukken.
  
Uitvoerprofiel: Hiermee selecteert u een kleurprofiel voor de af te drukken afbeelding.
  
CMYK-correctie*2: Hiermee corrigeert u de afbeelding om een optimaal afdrukresultaat te verkrijgen bij het afdrukken van een CMYK-afbeelding.
  
Screening: Hiermee selecteert u de meest geschikte beeldverwerkingsmethode voor het beeld dat u afdrukt.
  
Neutraal grijs: Hiermee selecteert u de tonerkleur die wordt gebruikt om grijze gebieden af te drukken.
  
Zuiver-zwartafdruk: Hiermee wordt afgedrukt met alleen de zwarte toner.
  
Vastzetten: Voorkomt dat de randen van kleuren wit worden.
  
Scherpte: Verbetert de omtrek van de afbeelding of maakt deze vloeiender.
  
Zwarte overdruk*3: Voorkomt dat de omtrek van zwarte tekst wit wordt.
  
Aangepast CMYK-simulatieprofiel*3: Hiermee worden de kleuren aangepast om het afdrukken met de verwerkingskleuren die worden gebruikt door afdrukpersen te simuleren.
  
Simulatieprofiel*3: Hiermee worden de proceskleuren geselecteerd.
    *1 Kan niet worden geselecteerd bij gebruik van de PS-printerdriver in Windows Vista/Server 2008/7/8/Server 2012.
    *2 Kan alleen bij gebruik van de PCL6-printerdriver worden gebruikt.
    *3 Kan alleen worden gebruikt met de PS-printerdriver (Windows/Macintosh).

Bediening

Windows
Klik op het tabblad [Kleur] en selecteer [Afbeeldingstype].
  • Standaard: gegevens met tekst, foto's, afbeeldingen, enzovoort
  • Grafische beelden: gegevens met veel tekeningen of illustraties
  • Foto: fotogegevens of gegevens waarbij foto's worden gebruikt
  • CAD: gegevens van ontwerptekeningen
  • Scannen: gegevens die door een scanner zijn gescand
  • Minimaal kleurverschil: gegevens die in de kleuren die zichtbaar zijn op het scherm moeten worden afgedrukt
  • Aangepast: gegevens die met speciale instellingen moeten worden afgedrukt
Klik op de knop [Geavanceerde kleuren] en geef de instellingen op.
Stel in stap 1 het 'Origineeltype' in op [Aangepast] om het kleurbeheer te configureren met Windows OS ICM. Klik vervolgens op het selectievakje [Windows ICM] zodat het vinkje wordt weergegeven.
Als u het 'Bronprofiel' en andere gedetailleerde kleurbeheeropdrachten wil configureren, selecteert u de gewenste instellingen in de menu's.
Windows ICM kan niet worden geselecteerd bij gebruik van de PS-printerdriver in Windows Vista/Server 2008/7/8/Server 2012.

Macintosh
Selecteer [Kleur].
Selecteer [Afdrukmodus].
Selecteer het selectievakje [ColorSync] zodat het vinkje wordt weergegeven om de kleurbeheerfunctie van Mac OS te gebruiken. In dit geval kunt u 'Afbeeldingstype' niet selecteren.
Selecteer [Afbeeldingtype].
  • Standaard: gegevens met tekst, foto's, afbeeldingen, enzovoort
  • Grafische beelden: gegevens met veel tekeningen of illustraties
  • Foto: fotogegevens of gegevens waarbij foto's worden gebruikt
  • CAD: gegevens van ontwerptekeningen
  • Scannen: gegevens die door een scanner zijn gescand
  • Minimaal kleurverschil: gegevens die in de kleuren die zichtbaar zijn op het scherm moeten worden afgedrukt
  • Aangepast: gegevens die met speciale instellingen moeten worden afgedrukt
  • Selecteer 'Neutraal grijs' wanneer u [Aangepast] hebt geselecteerd.
Klik op de knop [Geavanceerde kleuren] en geef de instellingen op.
U configureert kleurbeheerinstellingen door de gewenste instellingen te selecteren in de menu's. Schakel het selectievakje [CMYK-simulatie] in op en selecteer vervolgens de gewenste instelling om "CMYK-simulatie" in te stellen.
  • In Mac OS X 10.5, 10.6, 10.7 en 10.8, klikt u op het tabblad [Geavanceerde kleuren] om de geavanceerde kleurinstellingen te configureren.
Terug naar begin