HET BEELD VÓÓR HET AFDRUKKEN CONTROLEREN

Overzicht

Controleer het beeld van ontvangen gegevens op het aanraakscherm voordat u deze afdrukt.
Deze functie is beschikbaar wanneer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Bedieningsinstellingen] → [Voorbeeldinstelling] → [Inst. beeldcontrole ontvangen gegevens] is ingeschakeld*.
* De fabrieksinstelling is uitgeschakeld.
Belangrijke punten voor het gebruik van deze functie
Als de ontvangen faxgegevens niet worden afgedrukt of verwijderd, raakt het faxgeheugen vol en zal het apparaat geen faxen meer kunnen ontvangen. Bij het gebruik van deze functie moet u de ontvangen gegevens zo snel mogelijk afdrukken en deze niet in het faxgeheugen te laten staan.
U kunt de resterende faxgeheugencapaciteit bekijken in het basisscherm van de faxmodus.

Afhankelijk van de grootte van de ontvangen gegevens is het controlebeeld in het aanraakscherm mogelijk niet compleet.
De lijst met ontvangen gegevens kan ook worden weergegeven in het scherm met de opdrachtstatus dat wordt weergegeven wanneer u op de opdrachtstatusweergave tikt.
De ontvangen gegevens kunnen via de lijst met ontvangen gegevens worden doorgestuurd, verwijderd of opgeslagen.

Bediening

Wanneer gegevens worden ontvangen, wordt boven in het scherm weergegeven.
  1. Bij Systeeminformatie selecteert u het tabblad [Gebeurtenisinformatie] en tikt u op de toets [Afbeelding van ontvangen fax controleren]

    Er wordt een lijst met ontvangen gegevens weergegeven.
    U kunt de lijst van ontvangen gegevens ook weergeven door te tikken op de opdrachtstatusweergave en vervolgens te tikken op de toets [Ontvangen gegevens controleren] in het actiescherm in het opdrachtstatusscherm.
  2. Tik op de toets voor de ontvangen gegevens die u wilt controleren en tik vervolgens op de toets [Beeldcontrole] in het actiescherm.

    Geeft de afbeelding van de ontvangen gegevens weer.
    • Tik op om een lijst met ontvangen gegevens weer te geven. Afhankelijk van de instellingsmodus kan de lijstweergave of miniatuurweergave worden gewijzigd.
    • Als u een ontvangen beeld wilt verwijderen, tikt u op de toets [Wissen] in het actiescherm.
    • Als u het geselecteerde ontvangen beeld wilt verzenden, tikt u op de toets [Doorsturen naar andere bestemming].
    • Als u het geselecteerde ontvangen beeld wilt opslaan, tikt u op de toets [Bestand].
    • Als u het faxnummer van de afzender wilt opslaan als nummer voor "Instelling aantal toestaan/weigeren", tikt u op de toets [Opslaan als ongewenste fax] en tikt u in het scherm met het bevestigingsbericht op de toets [Opslaan].
      U kunt het faxnummer van een afzender opgeven als nummer voor "Instelling aantal toestaan/weigeren" in de "Instellingsmodus (beheerder)". Hier selecteert u [Systeeminstellingen][Instellingen Beeld Verzenden][Faxinstellingen][Ontvangstinstellingen][Instelling aantal toestaan/weigeren].
  3. Tik op de afbeelding die u wilt afdrukken en tik op de toets [Afdrukken] in het actiescherm

    Het apparaat begint met het afdrukken van de afbeelding.
    • [Alles selecteren]: alle weergegeven afbeeldingen worden geselecteerd.
    • [Alles opheffen]: alle beelden annuleren die via 'Alles selecteren' geselecteerd zijn.
    • /: gebruik deze toetsen om een beeld te vergroten of te verkleinen.
    • /: hiermee draait u het beeld linksom of rechtsom.
    • Een voorbeeldafbeelding is een afbeelding op het aanraakscherm. Deze zal afwijken van het uiteindelijke afdrukresultaat.
    • Tik op de toets [Opgegeven bereik wissen] om een ongewenst deel van het beeld te verwijderen. Geef het beelddeel dat u wilt verwijderen op in het scherm 'Opgegeven bereik wissen'.
    • Als u het geselecteerde beeld wilt doorsturen, tikt u op de toets [Doorsturen naar ander adres].
    • Als u het geselecteerde beeld wilt opslaan, tikt u op de toets [Bestand].
Terug naar begin