PROCEDURE VOOR HET GEBRUIK VAN EEN OPGESLAGEN BESTAND
Overzicht
De schermen en procedures kunnen variëren, afhankelijk van of gebruikersauthenticatie is ingeschakeld.
De procedure voor het gebruik van een opgeslagen bestand afhankelijk van de situatie wordt uitgelegd.
Zie "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" in "BEWERKINGEN DIE GELIJK ZIJN VOOR ALLE MODI" (Bedieningshandleiding ) voor informatie over procedures voor gebruikersauthenticatie. Zie `"Gebruikersbediening" in "INSTELLINGSMODUS" (Bedieningshandleiding) voor informatie over het instellen van gebruikersauthenticatie en het opslaan van gebruikersnamen.
De procedure voor het gebruik van een opgeslagen bestand afhankelijk van de situatie wordt uitgelegd.
Zie "GEBRUIKERSAUTHENTICATIE" in "BEWERKINGEN DIE GELIJK ZIJN VOOR ALLE MODI" (Bedieningshandleiding ) voor informatie over procedures voor gebruikersauthenticatie. Zie `"Gebruikersbediening" in "INSTELLINGSMODUS" (Bedieningshandleiding) voor informatie over het instellen van gebruikersauthenticatie en het opslaan van gebruikersnamen.
In de instellingsmodus (webversie) kunt u documentarchivering gebruiken. Klik in de instellingsmodus (webversie) op [Documenthandelingen] → [Document archiveren] en klik op de map met het bestand dat u wilt gebruiken.U kunt ook een voorbeeld van een opgeslagen bestand bekijken in de instellingsmodus (webversie).
Bediening
Schakel over naar de modus voor documentarchivering.
Selecteer het bestand dat u wilt ophalen.
Wanneer u de map hebt geselecteerd, worden de bestanden in de map weergegeven. Selecteer het bestand dat u wilt ophalen.
Selecteer een bestand in de miniatuurweergaven van de opgeslagen bestanden. Haal een bestand op met de zoekfunctie.
Selecteer een bedieningsitem.
Selecteer de gewenste bewerking en configuratie-instellingen.