PROTOCOLINSTELLINGEN
Selecteer de algemene netwerkinstellingen.
De TCP/IP-, NetWare-, EtherTalk- en NetBIOS-statusinformatie kan worden ingesteld.
TCP/IP
TCP/IP-instellingen
TCP/IP
Deze instelling moet zijn ingeschakeld om het apparaat te kunnen gebruiken in een TCP/IP-netwerk.
IPv4-instellingen
Gebruik deze instelling om het IP-adres van het apparaat in te stellen wanneer u het apparaat gebruikt in een TCP/IP (IPv4)-netwerk.
DHCP/BOOTP
Gebruik deze instelling om het IP-adres automatisch te verkrijgen met behulp van DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol)/BOOTP (Bootstrap Protocol). Wanneer deze instelling is ingeschakeld, is het niet nodig om het IP-adres handmatig in te voeren.
Als gebruik wordt gemaakt van DHCP/BOOTP, kan het IP-adres dat aan het apparaat is toegewezen automatisch worden gewijzigd. Als het IP-adres verandert, is afdrukken niet mogelijk.
Zorg dat u de functie "TCP/IP inschakelen" hieronder inschakelt als het apparaat wordt gebruikt in een TCP/IP-netwerk.
RARP
Stel deze optie in om het RARP-protocol te gebruiken.
IPv4-adres
Voer het IP-adres van het apparaat in.
Subnetmasker
Voer het IP-subnetmasker in.
Standaardgateway
Voer het standaardgateway-adres in.
IPv6-instellingen
Gebruik deze instelling om het IP-adres van het apparaat in te stellen wanneer u het apparaat gebruikt in een TCP/IP (IPv6)-netwerk.
IPv6
Schakel deze instelling in.
DHCPv6
Gebruik deze instelling om het IP-adres automatisch te verkrijgen met behulp van DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) v6. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, is het niet nodig om het IP-adres handmatig in te voeren.
Handmatig adres/Lengte van prefix
Voer het IP-adres en de prefixlengte (0 t/m 128) van het apparaat in.
Standaardgateway
Standaardgateway
- Als gebruik wordt gemaakt van DHCPv6, kan het IP-adres dat aan het apparaat is toegewezen automatisch worden gewijzigd. Als het IP-adres verandert, is afdrukken niet mogelijk.
- Zorg dat u de functie 'TCP/IP inschakelen' hieronder inschakelt als het apparaat wordt gebruikt in een TCP/IP-netwerk.
- In een IPv6-omgeving kan het apparaat met het LPD- of IPP-protocol werken.
Pingopdracht
Hiermee wordt gecontroleerd of het apparaat kan communiceren met de pc van het netwerk.
Geef het IP-adres van de betreffende pc op en tik op de toets [Uitvoeren]. Er wordt een melding getoond waarin wordt aangegeven of de pc heeft geantwoord of niet.
Geef het IP-adres van de betreffende pc op en tik op de toets [Uitvoeren]. Er wordt een melding getoond waarin wordt aangegeven of de pc heeft geantwoord of niet.
NetWare
NetWare-instellingen
NetWare
Deze instelling moet zijn ingeschakeld om het apparaat te kunnen gebruiken in een NetWare-netwerk.
Frametype
Selecteer een frametype.
Instellingen: 802.2, 802.3, SNAP, ETHER-II
Instellingen: 802.2, 802.3, SNAP, ETHER-II
Werkingsmodus
Selecteer een bedieningsmodus.
Instellingen: PSERVER, RPRINTER
Instellingen: PSERVER, RPRINTER
Printernaam
Voer de naam van de printer in.
PSERVER-instellingen
Afdrukservernaam
Voer de naam van de afdrukserver in.
Wachtwoord
Voer het wachtwoord voor aanmelden in.
Als u het wachtwoord wilt wijzigen, stelt u [Wachtwoord wijzigen] in op
.
Als u het wachtwoord wilt wijzigen, stelt u [Wachtwoord wijzigen] in op
Interval controleren
Voer een opdrachtcontrole-interval in.
Bindery-modus
Stel deze optie in om de Bindery-modus te gebruiken.
Bestandsservernaam 1-8
Voer de naam van de bestandsserver in.
NDS-structuur
Voer de naam van de NDS-structuur in.
NDS-context
Voer de naam van de NDS-context in.
RPRINTER-instellingen
Afdrukservernaam 1-8
Voer de naam van de afdrukserver in.
Opdrachttime-out
Hiermee voert u een opdrachttime-out in.
EtherTalk
EtherTalk-instellingen
EtherTalk
Deze instelling moet zijn ingeschakeld om het apparaat te kunnen gebruiken in een EtherTalk-netwerk.
Zonenaam
Voer een zonenaam in.
Printernaam
Voer de naam van de printer in.
NetBIOS
NetBIOS-instellingen
NBT/WINS
Deze instelling moet zijn ingeschakeld om het apparaat te kunnen gebruiken in een NetBIOS-netwerk.
Wanneer instellingen worden gewijzigd, worden deze pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart. Zie 'DE VOEDING INSCHAKELEN' voor informatie over het opnieuw opstarten van het apparaat.