INDIVIDUELE EN GROEPEN SNELKEUZETOETSEN KUNNEN NIET WORDEN BEWERKT OF VERWIJDERD
Als u niet in staat bent een probleem op te lossen met behulp van de oplossingen in deze handleiding, drukt u op de toets [Aan] en zet u de hoofdschakelaar in de stand '
'. Wacht ten minste 10 seconden en zet dan de hoofdschakelaar in de stand '
'. Nadat de kleur van de Aan-indicator in groen is veranderd, drukt u op de toets [Aan].
Als de achtergrondkleur van de opdrachtstatusweergave in de rechterbovenhoek van het aanraakscherm niet grijs is, mag u de hoofdschakelaar niet uitschakelen en de stekker niet uit het stopcontact halen. Dit zou de harde schijf kunnen beschadigen of kunnen zorgen voor verlies van opgeslagen of ontvangen data.
| Wat u moet controleren | Oplossing |
|---|---|
| In het geval van een individuele toets: maakt deze deel uit van een groep? | Verwijder de toets uit de groep en maak dan de correctie of wis de toets. (Als de toets in meerdere programma's is opgenomen, moet deze uit alle programma's worden verwijderd.) Selecteer in de instellingsmodus [Adresboek]. Als de toets in meerdere groepstoetsen is opgenomen, drukt u de groepslijst af in [Adreslijst Wordt Verzonden] in de instellingsmodus. De lijst geeft aan waar de toets is opgeslagen. Selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [Lijst afdrukken (gebruiker)] → [Adreslijst Wordt Verzonden] → [Groepslijst]. |
| Wordt de toets gebruikt in een gereserveerde verzending of een verzending in uitvoering? | Wacht tot de verzending is voltooid of annuleer de gereserveerde verzending en bewerk of verwijder dan de toets. |
| Maakt de toets deel uit van een programmatoets? | Verwijder de toets uit het programma en doe dan de aanpassing of wis de toets. (Als de toets in meerdere programma's is opgenomen, moet deze uit alle programma's worden verwijderd.) Selecteer in het actiescherm [Programma oproepen] → [Wissen] voor elke modus. |
| Is de toets die u wilt bewerken of verwijderen, opgeslagen als een relay-bestemming of een relay-distributieverzending met F-code? | Verwijder de toets uit de relay-bestemmingen of de relay-distributieverzending met F-code en bewerk of verwijder vervolgens de toets. Individuele of groepen snelkeuzetoetsen die zijn opgeslagen als een relay-bestemming, kunnen niet worden bewerkt of verwijderd. Verwijder de toets uit de relay-bestemmingen of de relay-distributieverzending met F-code en bewerk of verwijder vervolgens de toets. Selecteer in de instellingsmodus [Systeeminstellingen] → [F-Codegeheugenvak]. |
| Zijn er functies die door de beheerder zijn uitgeschakeld? | Controleer bij uw beheerder. Sommige functies zijn mogelijk uitgeschakeld in de instellingsmodus. |
| Heeft de beheerder een functie ingeschakeld die bewerken/verwijderen verhindert? | Controleer dit bij uw beheerder. Als uw beheerder instellingen zoals [Instellingen inkomende routing] heeft ingeschakeld, kunnen toetsen niet worden bewerkt of verwijderd. Selecteer in de instellingsmodus [Toepassingsinstellingen] → [Instellingen inkomende routing]. |